Theo Mol

rond2

interview september 2014

Canon Winsums Jodendom

item 1808

.
.
Gebedenboeken uit het huis van rebbe de Vries

Theo Mol studeerde theologie en polemologie en wordt vervolgens docent theologie en filosofie in het voortgezet onderwijs. Dat zijn moeder een Joodse vrouw is die als enige van haar familie de oorlog overleeft, begrijpt hij pas als hij veertien jaar oud is. Thuis wordt daar in die tijd niet over gesproken. Inmiddels is Theo met pensioen. Vooral de jaarlijkse reizen naar Rome wil hij nog niet missen, maar daar is wel wat op te vinden. We praten in de gerestaureerde oude synagoge van Winsum en halen de vijf roodgekafte gebedenboeken uit het huis van rebbe de Vries voorzichtig uit één van de vitrines te voorschijn. In het rode linnen is een afbeelding van de twee Stenen Tafelen met de Tien Geboden gestempeld. Het gaat om gebedenboeken voor thuis, in elke Joods huis kun je ze vinden. Theo bladert van achter naar voor en het eerste wat hem opvalt: er zit geen vertaling bij.
.

int-TM-openboek
.
Heeft het feit dat je moeder een Joodse vrouw was invloed gehad op de inhoud van je lessen?
.
Ja, in ieder geval heb ik rondom 4 mei altijd uitgebreid aandacht besteed aan de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust. Dat benaderde ik ook wel anders dan veel van mijn collega’s dat deden. Natuurlijk ging het vooral om het algemene verhaal, maar in de inleiding vertelde ik ook altijd mijn eigen geschiedenis. Ik ben zelf een Jood omdat ik een Joodse moeder heb. Het gezin waar mijn moeder uit komt was geen joods religieus gezin en in die zin heb ik van huis uit dan ook niet veel over het Jodendom meegekregen. Toch kunnen mensen vreemd reageren als je vertelt dat je van Joodse komaf bent. Ik heb in het begin ook wel eens meegemaakt dat ik tijdens een dubbel lesuur na de pauze terugkwam in de klas en dat een van leerlingen intussen een hakenkruis op het bord had getekend. Ik heb toen geweigerd om die klas verder les te geven. In de lerarenkamer leverde dat de nodige spanning op. Sommige collega’s vonden het maar raar dat ik dat zo had opgepakt en waarschijnlijk had die leerling ook inderdaad geen flauw benul wat hij deed, maar toch ben ik bij mijn standpunt gebleven. Dat heeft de nodige discussie opgeleverd. Ik heb nooit geweten wie van de leerlingen het heeft gedaan, maar gelukkig is de meerderheid van mijn collega’s uiteindelijk wel achter mij gaan staan. Ze waren het achteraf met mij eens dat ik op dat moment de les afbrak en later heb ik die klas uiteraard weer gewoon lesgegeven.
.

http://commons.wikimedia.org/wiki/File:Rom,_Titusbogen,_Triumphzug_3.jpg


Je organiseert nog regelmatig groepsreizen naar Rome. Hoe ziet zo’n programma er uit? Gaan jullie daar bijvoorbeeld ook de Triomfboog van Titus bekijken?
.
Meestal organiseer ik driemaal per jaar zo’n reis, nooit in het hoogseizoen … veel te warm. Het is ook allemaal mond-tot-mondreclame, er dienen zich steeds weer nieuwe groepen aan. Eerst komen we dan bij elkaar bij mij thuis of bij een van de deelnemers en dan bekijken we samen waar de belangstelling ligt, want de groep bepaalt in grote lijnen het programma. Je kunt bijvoorbeeld accenten leggen bij de klassieke oudheid, bij het moderne Rome of de grote kunstschatten, Michelangelo … noem maar op.
..... In Rome zijn meer triomfbogen, die dateren uit de Romeinse tijd. Met die bogen worden belangrijke veldheren geëerd en natuurlijk gaan we die bogen ook wel met groepen bekijken. De Titusboog is gebouwd op het hoogste punt van de Via Sacra en herinnert aan de verwoesting van Jeruzalem in het jaar 70. In het reliëf is daarop de menora (zevenarmige kandelaar) uit de Tempel van Jeruzalem te zien, meegenomen als roofbuit van Titus. Onder die gigantische boog door lopen betekent eigenlijk dat je de veldheer eert. Joden lopen daar niet doorheen want je gaat als Jood natuurlijk geen eer bewijzen aan degene die de Tempel van Jeruzalem heeft verwoest. Dus als de groep onder die boog doorloopt, loop ik er om heen en dat leg ik later dan ook altijd even uit.

int-TM-OenO

Theo's Joodse grootouders van moederskant overleven de Holocaust niet.

int-TM-VenM

Theo's Joodse moeder trouwt kort na de oorlog met de zoon uit het christelijke gezin waar zij tijdens de oorlog kon onderduiken.

Hoe herinner je je moeder en hebben jouw kinderen hun Joodse oma ook gekend?
.
Dat mijn moeder een andere achtergrond heeft, daar werd thuis nooit over gesproken. Mijn vader was een ‘AR’-man (Anti Revolutionair, later CDA). Ik kom uit een christelijk gezin, maar eigenlijk werd mijn vader naar mate hij ouder werd steeds vrijzinniger, terwijl mijn moeder juist steeds strenger werd. Misschien was het een houvast voor haar. Ze heeft zich wel altijd schuldig gevoeld dat ze haar familie heeft moeten achter laten, maar ze sprak daar niet over. Zulke dingen begrijp je pas achteraf. Dat moeder een Joodse identiteit had, heeft ze me pas verteld, toen ik op de middelbare school zat. Mijn jongste broer wist het helemaal niet. Hij heeft dat later van mij gehoord. Wel gingen we van jongs af aan met het hele gezin op 4 mei altijd naar de synagoge in Dordrecht. Niet alleen voor die twee minuten stilte, we bleven er van begin tot eind. Je wist als kind niet dat andere mensen dat anders deden. Het was heel gewoon. Later hebben wij dat met onze kinderen ook altijd gedaan. Vanaf het moment dat er aan de oude synagoge van Winsum een monument voor de Joodse oorlogsslachtoffers is gekomen, zijn we daar met het hele gezin altijd vanuit Ezinge op 4 mei naar toe gegaan. Mijn kinderen hebben mijn moeder nooit gekend. Ze overleed toen mijn oudste dochter twee jaar was. Ik heb onze kinderen natuurlijk wel over die geschiedenis verteld. Mijn moeder was ondergedoken bij een boerenfamilie en is later getrouwd met de zoon uit dat gezin. De rest van de familie is via Westerbork naar Auschwitz gegaan, alwaar een ieder van mijn moeders familie is vermoord. Twee jaar na de oorlog werd ik geboren. Natuurlijk hoop ik ook dat mijn kinderen dat verhaal later zelf ook weer zullen door vertellen. Mensen moeten weten wat er toen gebeurd is. Dat is belangrijk.
.

int-TM-dordrecht plaquette

Plaquette op de plaats van de oude synagoge van Dordrecht, ter herinnering aan de verdwenen Joodse gemeenschap. Afb.: de inmiddels afgebroken synagoge met herinneringstekst (voor meer info: klik hier).

Inmiddels hebben we de gebedenboeken voor ons op tafel liggen. Een paar jaar geleden ging in Winsum de mare rond dat het om Thoraboeken zou gaan, maar dat was een vergissing.

In de meeste Joodse gebedenboeken is naast de Hebreeuwse tekst een vertaling in de landstaal te vinden. Dat is in dit geval niet zo. De oorspronkelijke eigenaar zal geen moeite hebben gehad met het Hebreeuws, maar het kan wel een reden zijn waardoor er later een misverstand in het spel is gekomen. Bovendien gaat het hier om een set van vijf gebedenboeken en de Thora wordt ook wel ‘De vijf boeken van Mozes’ genoemd. Misschien is dat ook nog iets waardoor mensen die niet echt verstand van zaken hebben in de verkeerde richting kunnen denken. En als mensen zelf geen Hebreeuws kennen maar veronderstellen dat een ander die taal wel kent en dus ook informatie verschaft waaraan niet getwijfeld hoeft te worden, dan is er ook al gauw een misverstand geboren. Maar het blijft natuurlijk waardevol erfgoed, waar veel informatie in te vinden is over hoe de praktijk van het Joodse leven er in Winsum heeft uit gezien. Tegenwoordig hebben theologiestudenten veel minder kennis nodig van het Hebreeuws dan in het verleden. Het is dus maar goed dat veel van die gebedenboeken naast de Hebreeuwse tekst ook een vertaling bevatten, want zo hoeft de kennis over de inhoud van die boeken in ieder geval niet verloren te gaan.
.
.int-TM-portret
.
De laatste rebbe van Winsum overlijdt in 1933 en kort daarna verliest de synagoge zijn religieuze functie. Dat is nu tachtig jaar geleden. Sinds de restauratie van de synagoge proberen we de Joodse erfenis hier een nieuwe plaats te geven. Wat is de komende twintig jaar onze voornaamste taak?

Het erfgoed zorgvuldig bewaren en uitleg geven over de inhoud ervan blijft belangrijk. Je kunt in die gebedenboeken bijvoorbeeld van alles vinden over hoe Joden thuis tijdens sjabbat en feestdagen zoals Pesach door vaste rituelen hun geschiedenis telkens opnieuw beleven. Zo wordt met Pesach de bevrijding uit de slavernij van Egypte opnieuw beleefd. De viering duurt een week en op de middelste dag wordt Seideravond gevierd. De jongste uit het gezelschap vraagt dan aan de anderen: “Waarom is deze avond anders dan alle andere avonden?” Midden op tafel staat de seiderschaal waarvan iedereen bij een van de antwoorden wat van de schaal neemt en in de mond doet. Op de vraag: “Waarom eten we matzes (brood van ongerezen deeg)?”, luidt het antwoord: ”Omdat onze voorouders toen ze uit Egypte vluchtten geen tijd hadden om te wachten tot het deeg gerezen was.” Vervolgens neemt iedereen een stukje van de matzes in de mond. Zo staat het bittere kruid op tafel symbool voor de bittere onderdrukking door de slavenarbeid. Ook dat bittere kruid (maror) wordt in de mond genomen en geproefd. Daarna wordt de zoete smaak geproefd van de kleverige charoset (een ‘appel/kaneel/noten/honing’-mengsel) die de specie tussen de bouwstenen symboliseert, maar ook herinnert aan het geluk van de bevrijding uit Egypte. Ondanks het feit dat veel mensen in Israel tegenwoordig minder religieus zijn vieren velen daar toch nog steeds Pesach en leren jongeren nog hele stukken tekst van de Thora uit hun hoofd. Dat vormt voor de meesten nog altijd een aanleiding om de herinnering aan de geschiedenis van het Joodse volk levend te houden. Ook de mezoeza (kokertje met Joodse geloofsbelijdenis) aan de deurpost vind je nog steeds bij heel veel Joden terug.
.

In een krantenbericht over de onthulling van het monument aan de Winsumse synagoge staat dat nabestaanden van de jongste dochter van de rebbe hierbij aanwezig waren. Het contact met deze familie ging later verloren. Als we het adres nu alsnog kunnen achterhalen, hoe gaat het dan met de gebedenboeken van de rebbe?

Als die familie weer wordt teruggevonden, horen deze boeken hun eigendom te worden. Als ik de rechtmatige eigenaar zou zijn, zou ik ze ook graag willen hebben. Als niemand uit mijn verdere familie daar verder belangstelling voor zou hebben, is het natuurlijk wat anders: want dat hele verhaal moet niet vergeten worden.
..... Zelf heb ik bijvoorbeeld veel bijbeltjes verzameld. Op een rommelmarkt in Zwolle heb ik ooit uit een hele rij met kaften voor vijf gulden een klein bijbeltje gevonden uit 1652. Nu is datzelfde boekje inmiddels zo’n zevenduizend euro waard omdat er een handtekening in staat van de gemeentesecretaris van Dordrecht, ene P. Everwijn. In die tijd waren kerk en staat één en zo was de gemeente ook verantwoordelijk voor uitgifte van bijbels. Op zich heeft die handtekening natuurlijk niet echt iets met mij persoonlijk te maken. Stel nou dat er een meneer Everwijn naar mij toekomt en die zegt dat er in mijn boekje een handtekening van zijn voorvader staat en dat hij dat boekje heel graag zou willen hebben. Het zou met pijn in hart zijn, maar ik denk toch dat ik er dan afstand van zou doen.
..... Ja, het zou mooi zijn als die familie weer gevonden wordt en zelf kan beslissen waar de gebedenboeken uit het huis van hun voorvader het beste op hun plaats zijn.

Top