Rob Garson

rond2

interview, mei 2014

Canon Winsums Jodendom

item 1820 .

.
.
De band met Winsum leeft nog voort

Begin 1952 krijgt de vader van Robert Minko Garson in Rotterdam een brief over de nalatenschap van zijn oom Jozef Garson. De brief is afkomstig van notaris de Ranitz uit Winsum. Jozef Garson is een broer van Robs opa Minko Garson, die eind 19e eeuw met een ouder zusje en twee jongere broers opgroeit in een Winsums Joods gezin. Minko trouwt met Johanna Röllman, een niet-Joods meisje uit Den Helder, en wordt hoofdconducteur bij de NS. In dit gezin worden drie kinderen geboren, waaronder Robs vader Maarten Garson, een nakomertje. In 1923 sterft opa Minko aan suikerziekte, de vader van Rob is dan pas vijf jaar oud. Als we Rob en zijn vrouw Dora Garson opzoeken in hun woonplaats in de grensstreek van Brabant en Limburg is de Tweede Wereldoorlog al 69 jaar voorbij. Rob is na de oorlog geboren, maar de familiegeschiedenis trekt een wissel op zijn vader. In zijn laatste levensjaren is hij hier vaak somber over.

“Toch erg eenzaam geweest”, zegt Rob nu, “ik denk dat Pa, vooral toen hij ouder werd, nog meer z’n familie is gaan missen.” Rob trekt zich die geschiedenis aan. “Bij ons in het gezin vond hij het altijd gezellig, maar dat zal hem er ook wel aan herinnerd hebben hoe lastig hij het zelf heeft gehad. We zijn in 2004 nog met hem naar Winsum geweest. Daar was een jubileumprogramma rond het twaalfeneenhalfjarig bestaan van stichting Een Joodse Erfenis. Dat heeft hij wel op prijs gesteld, maar “de naam van die notaris” kon je maar beter niet noemen.”

2009, vier generaties Garson: Maarten Johannes (1), Robert Minko (2), Minko Antoon (3), Levi (4)

2009, vier generaties Garson: Maarten Johannes (1), Robert Minko (2), Minko Antoon (3), Levi (4)

Wanneer bent u voor het laatst in Winsum geweest?

In de zomer van 2010 hebben we bij meneer Regtien een lithografie opgehaald van de synagoge van Winsum. Dat ging om een actie, omdat men de oude synagoge wilde restaureren. Dat initiatief hebben we toen gesteund en die litho heb ik hier in huis hangen. We hebben toen ook een bezoekje aan de jachthaven gebracht, lekker aan het water, en we zijn ook naar de Joodse begraafplaats geweest. Daar komt de naam Garson niet voor, vreemd eigenlijk. We hebben overal gezocht. De stenen staan allemaal schots en scheef door elkaar, overgroeid met gras. Net als op de Joodse begraafplaats in Praag, maar daar natuurlijk veel massaler. We zouden nog wel eens terug willen naar Winsum om naar de grafsteen van oudoom Hartog Garson te zoeken, maar de afstand houdt je tegen. Op één dag op en neer rijden is eigenlijk niet goed te doen en omdat we allebei nog werken, hebben we er nu de tijd nog niet voor, maar zeker de interesse. Hartog is kort voor de oorlog overleden, hij was neerslachtig geworden door de berichten over de Jodenvervolging en heeft zelfmoord gepleegd. Zijn broer Jozef was een vrolijker type, net als de broer van mijn vader. Die heet Garson Garson en was bij de marine, maar is in 1942 omgekomen bij de Slag op de Javazee. 

Kort na het overlijden van Robs grootvader Minko Garson (1874-1923) uit Winsum: grootmoeder Johanna, vader Maarten, oom Garson en tante Martina.

Kort na het overlijden van Robs grootvader Minko Garson (1874-1923) uit Winsum: grootmoeder Johanna, vader Maarten, oom Garson en tante Martina.

Garson Garson (3e van links) is de broer van Robs vader Maarten. Hij stuurt vanuit het Verre Oosten ansichtkaarten naar zijn oom Jozef Garson in Winsum.

Garson Garson (3e van links) is de broer van Robs vader Maarten. Hij stuurt vanuit het Verre Oosten ansichtkaarten naar zijn oom Jozef Garson in Winsum.

Volgens de archieven was uw betovergrootvader ‘Emanuel Levie Garson’ godsdienstleraar in Winsum. Werd daar in de familie nog wel eens over gesproken?

Mijn vader heeft nooit iets over de Joodse familie van zijn vaderskant gezegd en geweten. Zijn eigen vader was natuurlijk jong gestorven. Hij was meer een moederskindje, maar wel half-Joods. Hij werkte bij de Koninklijke Marechaussee en om zijn Joodse afkomst daar te kunnen verzwijgen, heeft hij bij zijn werkgever destijds geen toestemming gevraagd voor zijn huwelijk. Dat had hij als onderofficier wel moeten doen. Het leverde hem een reprimande op, maar hij kreeg de gelegenheid om eervol ontslag te nemen. Daarna is hij gaan werken bij de parketwacht en daar is hij in de gelegenheid geweest om zijn stamkaarten uit het archief te verwijderen, zodat er geen link gelegd kon worden naar zijn half-Joodse afkomst, ook omdat hij intussen gehuwd was en een zoon had (Robs oudere broer Maarten). Maar over zulke zaken werd niet gesproken thuis. Je moest het daar in die tijd ook niet te veel over hebben: ‘Daar komt alleen maar narigheid van’, dachten ze toen.

Wanneer bent u zich voor uw familiegeschiedenis gaan interesseren?

Mijn vrouw is daar mee begonnen, ergens in de jaren tachtig. Zij had meer begrip voor de ongemakkelijkheden in het familieleven van de Garsons dan ik en was nieuwsgierig naar de Joodse achtergrond van de familie. Bij ons liep het wat stroever, maar mijn vrouw is een Eindhovense … het gaat er daar in de familie allemaal gemoedelijker aan toe. Ze is alle informatie op gaan vragen bij de gemeente Winsum en kwam uiteindelijk via contacten in Israël, terugverwezen naar contacten in Nederland, terecht bij de historische vereniging van Winsum, bij meneer Regtien. We zijn toen met vader naar Winsum geweest. Bij het monument aan de oude synagoge hebben we staan kijken en ja, die naam ‘Garson’, dat doet je wat. Daar zijn er niet veel meer van. Bij de zoon van mijn broer Maarten is in 1991 een meisje geboren. Zelf hebben we een dochter en een zoon, Birgit en Minko, en sinds 2008 is er een kleinzoon, die de familienaam weer verder draagt. Met mijn vader zijn we trouwens ook nog terug geweest in het oude huis aan de Nieuwstraat van zijn twee vrijgezelle ooms, Hartog en Jozef. Pa is voor de oorlog wel bij zijn ooms in dat huis in Winsum geweest. Hij herkende er ook nog hoekjes en de plaats van de slagerij, opzij van het huis. Die kon je vanuit het zijraam in de voorkamer nog net zien. Van een Winsumse plaatsgenoot kenden we het verhaal dat zij destijds als schoolkind onder de indruk waren geweest van de dood van Hartog en op zijn begrafenis waren geweest. Dat was in 1937. Alles wat we verder te weten zijn gekomen over het leven van mijn Joodse voorouders in Winsum, weten we van meneer Regtien. In het verleden was er wel contact met de familie Behr, nabestaanden van mijn opa’s oudere zuster Klaartje Garson. Haar dochter Judith Ellina Eckstein en haar man Hartog Behr hebben de oorlog niet overleefd, maar hun kinderen wel. Dat was notaris de Ranitz onbekend en daarom verviel dat erfdeel destijds ten onrechte aan de staat. Ik ben nog met Pa bij die familie Behr geweest, leuke mensen, met musici in de familie.

Mei 2014: in de zon achter huis van Rob en Dora Garson bladeren en praten we door twee eeuwen Joods-Nederlandse geschiedenis heen.

Mei 2014: in de zon achter huis van Rob en Dora Garson bladeren en praten we door twee eeuwen Joods-Nederlandse geschiedenis heen.

Zijn anderen in uw familie ook op zoek gegaan naar wat zich in het verleden heeft afgespeeld?

Nee, mijn enige broer had geen interesse en was geen familiemens. Hij is overleden en met zijn verdere familie is geen contact, maar wel met zijn kleindochter. Daar zijn we blij om. Mijn eigen zoon Minko Antoon volgt de verhalen ook. Hij heeft zijn zoon in 2008 de voornaam Levi gegeven. “Dat hadden jullie niet gedacht, hè, dat we die naam zouden kiezen”, zei hij trots. Zo keert de oorspronkelijke stamnaam en voornaam van de Garsons ook weer terug in de familie. De foto’s en het familiearchief van de Garsons gaan later naar hem toe.

Speelt religie nog een rol in uw leven?

Nee, voor mij speelt dat geen rol, ik ben er ook niet mee opgevoed. Mijn vrouw wel, die kijkt daar ook wat anders tegen aan. Respect voor mensen vind ik wél belangrijk, daar draait het allemaal om. Ik werk hier bij de politie en dan kom je nogal het een en ander tegen aan agressief gedrag. Als het mis gaat tussen mensen, gaat het bijna altijd om geld of om geloof. Mensen kunnen elkaar veel aandoen. Maar voor mij staat voorop dat je, onafhankelijk van welk geloof dan ook, goed bent voor anderen. Wat die oorlog betreft denk ik soms: hoe zou je het zelf hebben gedaan? Die oorlog is de mensen destijds overkomen en van geschiedenis leren mensen nooit. Zou het weer kunnen gebeuren? Slaat met een verkeerde overheid de vlam weer in de pan? Je weet het niet, maar ik ben in elk geval wel blij dat wij nog in de gelegenheid zijn geweest om mijn vader mee naar Winsum te nemen en te kunnen zeggen: ‘kijk Pa, dit hebben we voor je uitgezocht’. Uit zichzelf zou hij geen stap in die richting hebben gezet en toch heeft het hem goed gedaan.

Top