item 1727 (m)

Canon Winsums Jodendom
.
. x.   . x.   . x.   . x.   . x.
.

.
. x.   . x.   . x.

.
.

M E E R  over  I T E M  1727
.

thema: Godsdienstvrijheid
.

terug naar introductie item 1727: klik hier
.
interview
met JEW-auteur Hans Hamburger
klik hier
.
overzicht
 Canon Winsums Jodendom:
 klik hier

.

.

.X.

.1727.

Op de introductiepagina van item 1727 staan de ontwikkelingen rond religie in West-Europa en de komst van de Oost-Europese Joden naar Nederland in de 19e eeuw centraal. Deze verdiepingspagina gaat in op de praktische consequenties van een leven naar de Joodse traditie temidden van een meerderheid van andersdenkenden. Toch is het uiteindelijk niet primair de afwijkende religie die deze groepering Joden kwetsbaar heeft gemaakt. Het simpele feit dat zij behoorden tot een minderheid werd hun onvoorzien fataal.

Na de verschrikkingen van de Holocaust kan de Westerse samenleving weinig anders doen dan omzien in verbijstering en schaamte. Veel schade blijft onherstelbaar, generaties zijn uitgewist. Voorzichtige wederopbouw vraagt nog zeeën van tijd.

.

.X.

.
.
.
de franse tijd

Joden in Noord-Groningen
Tijdens de Tachtigjarige Oorlog onstaat in 1588 de 'Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden' op het grondgebied van wat nu ongeveer Nederland is. Deze kleine republiek verwerft in de 17e eeuw (ook wel 'Gouden Eeuw') grote politieke en economische macht. De inval van de Franse troepen in 1794/95 betekent het einde hiervan, maar eigenlijk begint de neergang al lang daarvoor.
x
In de 17e en 18e eeuw is het protestantisme de officiële staatsgodsdienst van Nederland. Andere godsdiensten worden in die tijd wel getolereerd, maar hun positie kan van tijd tot tijd en van plaats tot plaats erg verschillen.
Lees...

Zo hanteren besturen van steden en plattelandsgemeenten onderling afwijkende regels voor hun Joodse inwoners. Ook zijn zij de ene keer veel strenger dan de andere keer. Daardoor is er willekeur en onzekerheid voor de Joden die zich in ons land willen vestigen. In veel beroepen worden Joden niet toegelaten, maar als ze zich eenmaal ergens gevestigd hebben en er de kost kunnen verdienen, hebben ze relatief veel vrijheid. Het vrije handelsverkeer biedt hen mogelijkheden en in de steden vinden enkelen hun weg naar politiek, bankwezen, diamanthandel en/of wetenschap. Van een landelijke organisatie wat betreft de uitoefening van hun godsdienst is dan echter nog geen sprake.

.
.

.
.
.
.
.

 



In 1795 komt er een einde aan de Republiek der Nederlanden. Vanaf die tijd wordt ons land bestuurd naar Frans voorbeeld en ook met militaire steun vanuit Frankrijk. In deze periode wordt ons land de 'Bataafse Republiek' genoemd. In het jaar 1796 kondigt het landsbestuur de 'Gelijkstaat der Joodsche met alle andere Burgers' af. Ook wordt dan de scheiding van kerk en staat geproclameerd. In de praktijk verandert er echter niet veel. In 1806 benoemt Keizer Napoleon van Frankrijk zijn broer Lodewijk Napoleon tot Koning van Holland. Bij zijn troonsbestijging zegt de nieuwe koning: 'de Koning en de Wet verlenen gelijke bescherming aan alle godsdiensten'. Zo mogen er in principe geen marktdagen meer op zaterdagen worden gehouden omdat de joden dan hun 'sjabbat' (wekelijkse rustdag) vieren. Ook krijgen de joodse geloofsgemeenten een centraal bestuur dat in 1809 alle joodse gemeenten in Nederland inventatiseert.
x
Officieel gebruikt men vanaf het begin van de 19e eeuw het woord 'Israëlitisch' in plaats van 'Joods'. Dit doet men omdat het woord 'Jood' in die tijd als scheldnaam wordt gezien. Het centrale bestuur van alle Israëlitische gemeenten in ons land krijgt in totaal elf afdelingen. Die afdelingen noemt men arrondissementen of ook wel 'ringen'. Zo wordt Groningen het 9e arrondissement en het oostfriese Emden, aan de overzijde van de Eems, wordt het 11e arrondissement. In de landelijke inventarisatie uit 1809 staat Obergum als enige Israëlitische gemeente in Noord-Groningen genoemd en op zich is dat opmerkelijk. Het synagogale ringbestuur is gevestigd in de stad Groningen. Van daaruit houdt het bestuur toezicht op de joodse gemeenten binnen het hele arrondissement Groningen. Ook de opperrabbijn, die de geestelijke leiding over het arrondissement heeft, zetelt in de stad Groningen.
x
Naast de landelijke wetgeving zijn ook de maatregelen van het stadsbestuur van Groningen van invloed op de vestiging van Joden in Noord-Groningen.
Lees meer...

Zo bepaalt het zogenaamde 'Plakkaat van het stadsbestuur van Groningen' dat Joden in de Ommelanden vrijelijk het slagersvak mogen uitoefenen. Enerzijds heeft deze maatregel te maken met het groeiende aantal Joodse slagers in de stad, dat teveel onderlinge concurrentie en jaloezie tot gevolg heeft. Anderzijds heeft de maatregel ook betrekking op de volksgezondheid op het platteland. De joodse geloofwetten leggen Joodse slagers namelijk meer regels op die betere hygiëne tot gevolg heeft. Hierdoor lopen mensen minder gevaar om ziek te worden. Daarnaast speelt ook de prijs van het vlees een rol van betekenis.

In oktober 2009 wordt in een marktstal op de Winsumer beestenmarkt aandacht gevraagd voor de noodzakelijke restauratie van de voormalige synagoge.

.
.
.
.
.
.
.
.
.
geboren te Bafto...

A paradise lost
In het jaar 1563 krijgt een in 1499 in Praag geboren Joodse man, Joest Musken genaamd, toestemming van het stadsbestuur om samen met zijn vrouw Rachel in Appingedam te gaan wonen en daar een bank van lening te houden. Hij is de eerste Joodse inwoner die voorkomt in de bevolkingsregisters van de provincie Groningen. In Appingedam komt ook al vroeg een kleine Joodse gemeenschap tot ontwikkeling en de eerste Joodse begraafplaats in de provincie Groningen bevindt zich dan ook in het naburige Farmsum, dat even ten zuiden van Delfzijl aan de Eems ligt.
x
In de regio Noordwest Groningen wordt in het jaar 1727 voor het eerst melding gemaakt van een Joodse familie. Het gemeentearchief van Baflo vermeldt namelijk het vermoedelijke geboortejaar van ene Benjamin Hertog. Het betreft zeer waarschijnlijk het jaar 1727 maar helemaal zeker is dat niet. Later krijgt deze familie de achternaam 'Van Zanten'. Waar de ouders van Benjamin Hertog vandaan komen staat niet vermeld. Wel is bekend dat Benjamin Hertog trouwt met Roosje Salomons en dat zij rond 1747 hun eerste kind krijgen. Het is een jongetje dat Hartog Benjamins heet. Mogelijk woont het jonge gezin op dat moment niet in Baflo, maar vier jaar later, rond 1751, wordt in Baflo in ieder geval wel hun tweede kind geboren. Dit is een meisje met de naam Leentje Benjamins. Daarna volgen er nog vier kinderen, Salomon, Heiman, Judith en Anna.

.

Leesaanwijzing :
Om een lijn van het verleden naar het heden te kunnen trekken, volgen we hieronder een aantal opeenvolgende generaties van de familie Benninga. Dit overzicht maakt ook duidelijk hoe de Bafloër familie van Zanten, de Eenrumer familie Benninga en de Winsumer familie Van Berg met elkaar verbonden zijn.

.

.

1937. Huwelijk Noach en Lena in synagoge Groningen. (uit: 'My Story', H. Benninga-Frank)

De oudste zoon van het echtpaar [Benjamin Hertog (1727-1774) & Roosje Salomons] heet Hartog Benjamins van Zanten (1747-1819). Hij trouwt met Anna Hartogs en volgt zijn vader op als slager in Baflo.
x
De oudste zuster van Hartog Benjamins heet Leentje Benjamins van Zanten (1751-1825). Zij trouwt met slager Izaäk Marcus Berg (1754-1829) uit Loppersum. Dit echtpaar gaat in Winsum-Obergum wonen en krijgt twee zonen en twee dochters.
x
Van de overige broers en zusters is bekend dat zoon Heiman Benjamins van Zanten trouwt met Gole Comprechts van der Zijl en in 1800 vertrekt naar Delfzijl en dat de jongste zuster Anna Benjamins van Zanten trouwt met slager Simon Noachs Benninga (1750-1832). Dit echtpaar gaat in Eenrum wonen en onder hun nakomelingen bevindt zich één gezin dat tijdens de Tweede Wereldoorlog tijdig weet te vluchten voor de Jodenvervolging. Na de bevrijding keren zij korte tijd terug naar het familiehuis in Eenrum aan de Molenstraat op nummer 8 en wonen daar tot na de geboorte van hun tweede kind, Simon Zadok Benninga in 1947.

Het ouderlijk huis van Noach Benninga in Eenrum aan de Molenweg 8. Kort na de oorlog keert Noach hier terug en woont er zijn vrouw en dochtertje Aleid tot na de geboorte van hun zoontje Simon Zadok in 1947.

Als in 1940 de Tweede Wereldoorlog begint en ons land door Duitsland wordt bezet, worden de Joden bruut vervolgd, weggevoerd en vermoord. Daardoor komt er in slechts enkele jaren op afschuwelijke wijze een einde aan het Joodse leven in de Ommelanden van Groningen. Vanaf de jaren negentig van de vorige eeuw wordt er veel ondernomen om het regionale Joodse erfgoed te bewaren, opdat we ons het drama van de Holocaust en het onrecht dat de Joden is aangedaan zullen blijven herinneren.
x
Onder de nazaten van Anna Benjamins van Zanten uit Baflo en haar man Simon Noachs Benninga uit Eenrum overleven drie nakomelingen de Tweede Wereldoorlog. Het betreft opa Simon (1876-1959), vader Noach (1909-1993) en dochter Aleida Channa Benninga (geboren in 1939). Ook de vrouw van Noach, moeder Helena Benninga-Frank (geboren in 1913) overleeft het drama.
Lees meer...

Noach is chemicus en promoveert voor de oorlog aan de universiteit van Groningen. In 1939 wordt zijn dochter Aleida Channa geboren. Noach, Helena en Aleida vluchten via Engeland en keren na de Tweede Wereldoorlog terug naar Nederland, na een barre zwerftocht over de wereld en verblijf in een interneringskamp in Nederlands Indië. In Eenrum hervinden ze opa Simon Benninga die gedurende de oorlog ondergedoken was op de boerderij van de familie Bergacker in Leens. Terug in Nederland blijkt pas beetje bij beetje dat de meeste familieleden en Joodse vrienden in de oorlog zijn vermoord. Het gemis is groot en in 1954 emigreren ze naar Asheville (North Carolina, USA), waar Noach na een werkzaam leven in 1993 overlijdt. Daarna vestigt Helena zich in navolging van haar kinderen en kleinkinderen in hun nieuwe thuisland, Israël.

terug naar introductie item 1727: klik hier
.
interview
met JEW-auteur Hans Hamburger
klik hier
.
overzicht
 Canon Winsums Jodendom:
 klik hier

verder naar het volgende item: klik hier

.

.X.   .X.   .X.   .X.   .X.   .X.   .X.   .X.   .X.   .X.   .X.   .X.   .X.

Top