item 1774

Canon Winsums Jodendom
.
. x.   . x.   . x.   . x.   . x.
.

.
. x.   . x.   . x.

.
.

I N T R O D U C T I E
.

thema: Achternamen
.

meer over item 1774: klik hier
.
interview met verre verwante Els van Berg
klik hier
.
overzicht Canon Winsums Jodendom:
 klik hier

.

.

.X.

.1774.

Als Izaäk Marcus van Berg uit Loppersum zich in 1774 samen met zijn vrouw Leentje Benjamins uit Baflo in Winsum-Obergum vestigt is hij 20 jaar oud. Volgens een inwonerlijst uit 1811 wonen zij in Obergum in 'huisje 3' aan het Winsumerdiep (oostelijk van Hoofdstraat-Obergum)Aan het eind van de 18e eeuw komt de vader van Izaäk Marcus, weduwnaar Marcus Sekkel, ook naar Winsum. Hij woont daar tot zijn dood in 1808. Een jongere zoon van Marcus Sekkel kiest aan het begin van de 19e eeuw een andere achternaam dan zijn broer Izaäk Marcus van Berg. Hij heet vanaf die tijd Hartog Marcus van der Klei.

.

.

Hoek Havenstraat-Kerkstraat, waar de Van Bergs hun vee hadden staan.

.X.

Geert Reinders, veepestbestrijder te Winsum. © public domain

Inleiding
Noord-Groningen is van oudsher een dun bevolkte streek waar de zee met regelmaat voor overstromingen zorgt. Toch is Winsum-Obergum in het midden van de 16e eeuw een handelscentrum van enige betekenis. Door de strijd tussen Stad en Ommeland, die door de stad wordt gewonnen, verliest Winsum-Obergum deze positie weer in het begin van de 17e eeuw. In de 18e eeuw eeuw wordt de streek geteisterd door rampspoed. Eerst door de kerstvloed van 1717 en daarna door de veepest.
x
Na een lange periode van herstel en reorganisatie worden de dijken opgehoogd waardoor het gevaar van overstroming afneemt. Ook de veepest, die veel armoede met zich mee bracht, wordt een aanleiding voor modernisering van de landbouw. Aan het eind van de 18e eeuw keert de welvaart langzaam terug. In de periode tussen 1774 en 1820 vestigen zich zes Joodse families in Winsum-Obergum. Ze komen uit Drenthe, (West-)Friesland, elders uit Groningen, uit Emden in Duitsland en zelfs uit Oostenrijk. Het zijn slagers, kooplieden en marskramers.
x
Vanaf 1811 krijgt ons land een 'burgerlijke stand' en moeten Joden een achternaam kiezen. Daardoor komt er langzaam maar zeker meer zicht op de vroege Joodse periode van vestiging en integratie in de Nederlandse samenleving.

..
o
k
t
o
b
e
r
x
1
9
9
2


h o o f d s t r a a t x-x w i n s u m x


x l a a t s t e x w i n s u m e r x b a i s t e m a a r t

Werken en wonen in 19e eeuws Winsum
Hoewel Winsum-Obergum zijn positie als regionaal centrum in de 17e eeuw definitief verliest, is er in de 19e eeuw sprake van lichte bevolkingsgroei en economisch herstel. Er is dan ook wat industriele activiteit zoals in de in de steen- en pannenbakkerij, kalkbranderij, vlasfabricage en scheepsbouw. In het begin van de 20-ste eeuw floreert er een zuivelfabriek, op de locatie waar nu OBS 'De Negen Wieken' staat. De 'Baistemaart', de grote jaarlijkse veemarkt bestaat al sinds de Middeleeuwen en speelt tot eind 20-ste eeuw een aanzienlijke rol in de regionale veehandel. Tot de uitbraak van de gekkekoeienziekte daar definitief een eind aan maakt (...de herinnering aan de  baistemaart leeft voort...)
x
Joodse vestiging
Eind 18e, begin 19e eeuw trekken Joden vanuit Polen, Hongarije en Duitsland in westelijke richting naar het relatief tolerante Nederland (van 1795 tot 1806 'Republiek der Nederlanden'). De Joodse vestiging in Winsum-Obergum begint vanaf 1774 met de komst van Izaäk Marcus van Berg en zijn gezin. Het hoogtepunt ligt bij het jaar 1879, dan telt het dubbeldorp 55 Joodse inwoners. Maar in het begin van de 20-ste eeuw loopt het aantal Joodse inwoners weer terug. Door de vroege vestiging van de ringsynagoge in Winsum in het jaar 1817 blijft Winsum-Obergum echter wel het centrum voor het Joodse leven in de regio Noordwest Groningen.
x
Er zijn natuurlijk verschillen in inkomen, maar het merendeel van de Joden in Winsum-Obergum is arm. Dat geldt overigens ook voor de meeste niet-Joodse mensen. Zijn er familieleden of bekenden van buiten het dorp die tijdelijk onderdak zoeken, dan krijgen ze dat, want men helpt elkaar. Eén koopman (afkomstig uit Duitsland) gaat het financieel voor de wind. Hij woont in Winsum en koopt rond 1831 een boerderij bij Wetsinge, waar zijn oudste zoon landbouwer/koopman wordt. De overige Joden in Winsum-Obergum wonen overwegend in kleine, vaak wat oudere huisjes rondom de Obergumerkerk, in de Oosterstraat en de Schoolstraat in Obergum-Oost of in de Havenstraat in Winsum. Een aantal van hen krijgen armenzorg.

meer over item 1774: klik hier
.
.

.X.   .X.   .X.   .X.   .X.   .X.   .X.   .X.   .X.   .X.   .X.   .X.   .X.