item 1913

Canon Winsums Jodendom
.
. x.   . x.   . x.   . x.   . x.
.

.
. x.   . x.   . x.

.
.

I N T R O D U C T I E
.

thema: Sociale stromingen
.

meer over item 1913: klik hier
.
interview met filmmaker Beno Hofman
klik hier
.
overzicht Canon Winsums Jodendom:
 klik hier

.

.

.X.

.1913.

Aan het begin van de 20e eeuw hebben een aantal Joden zich inmiddels een betere positie op de maatschappelijke ladder kunnen verwerven. In Winsum-Obergum is de idealistische vooruitgangs- en vrijdenker Nathan Albert de Vries (1878-1924) daar een goed voorbeeld van. Nathan is een achterkleinzoon van koopman Izaäk Nathans de Vries, die in 1848 in de stad begraven werd. Nathan Albert de Vries verlaat als 46-jarige zijn geboortedorp Winsum en wordt in 1913 gemeenteraadslid in de stad Groningen voor de SDAP.

.

.X.

.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
1913, n.a. de vries in
groninger gemeenteraad
foto 2009, stadhuis en markt
© public domain

Toegangspoort gebouw 'De Toekomst' in Groningen.

Voormalige Synagoge Winsum.

Inleiding
De naam Nathan Albert de Vries verbindt twee totaal verschillende werelden. De behoudende wereld van het vooroorlogse, orthodox plattelands jodendom enerzijds en de vooruitstrevende wereld van de stadse elite anderzijds. Om zicht te krijgen op de weg waarlangs deze verbinding tot stand komt, kijken we eerst naar de verschillende richtingen die zich eind 19e en begin 20e eeuw aandienen binnen het Jodendom (orthodoxie, zionisme en assimilatie). Vervolgens bekijken we het sociaal-economisch stromenland waarbinnen de jonge in Winsum geboren vakbondsbestuurder en politicus N.A. de Vries moet opereren (liberalisme, confessionalisme en socialisme). Het toenemend belang van de stem van de burger dient zich aan en in die beweging weet Nathan de Vries uitstekend zijn weg te vinden. D
e ideologische vrijdenkerij met zijn meer radicale denkbeelden en de zogenaamde Joodse assimilatie liggen in het verlengde hiervan. Daarbij is sprake van aanpassing van de Joodse minderheid aan de dominante Westerse samenleving en identiteitsverlies.

Na de Tweede Wereldoorlog maakt de assimilatie-gedachte plaats voor het besef dat het primair moet gaan om respect voor het individu, maar die dagen maakt Nathan de Vries niet meer mee. Hij sterft 46 jaar oud op 3 november 1924. De vervolgpagina geeft een levensschets van de politicus Nathan Albert de Vries met aandacht voor zijn jeugd in Winsum, zijn levensbeschouwelijke ontwikkeling en zijn politieke loopbaan binnen het gemeentelijk en provinciaal bestuur van Groningen. Daarbij komt ook de ontwikkeling van de vakbeweging aan de orde, waarin Nathan de Vries eveneens een rol heeft gespeeld. Zo was hij onder andere een periode voorzitter van de Coöperatie in gebouw 'De Toekomst' aan de Coehoornsingel. Het ligt niet voor de hand dat hij ooit heeft kunnen vermoeden dat de oude synagoge van Winsum tien jaar na zijn dood zou gaan fungeren als plaatselijk vakbondsgebouw.

.

Drie dominante stromingen

De stem van de burger

Eind 19e/begin 20e eeuw ontstaan er binnen het Nederlands Jodendom verschillende denkrichtingen. Zo is er de groepering behoudende Joden die op orthodoxe wijze hun joodse religie willen kunnen belijden op de basis van de 613 geboden uit de Tora. Maar in West-Europa ontwikkelt zich tijdens de zogenaamde Haskala (Joodse verlichting en emancipatie) in diezelfde periode ook een vrijere, meer aan de moderne tijd aangepaste religieuze stroming: het liberale jodendom. In ons land krijgt dat voor de Tweede Wereldoorlog echter nauwelijks voet aan de grond. Wel tekenen zich in Nederland - mede ingegeven door het groeiende, stille antisemitisme - twee meer seculiere (niet-religieuze) stromingen af. Dit betreft het Zionisme, dat streeft naar de terugkeer van Joden naar Israël, en een groeiende groep Europese Joden vindt dat de Joden beter kunnen assimileren. Dat wil zeggen dat zij hun eigen cultuur onderschikt willen maken aan de moderne samenleving en hun Joodse identiteit willen laten opgaan in de dominante Westerse cultuur.

Tot deze laatste stroming behoort ook Nathan Albert de Vries. Om zijn doen en laten als jong en bevlogen politicus te kunnen begrijpen volgt op deze pagina eerst een bespreking van de drie sociaal-economische hoofdstromingen. Die stromingen brengen halverwege de 19e eeuw verschillende politieke partijen voort, die in de tweede helft van de 19e eeuw de basis leggen voor ons huidige democratische bestelDie verschillende partijen vertegenwoordigen de belangen van verschillende groeperingen in de bevolking en hebben ook uiteenlopende ideeën over de manier waarop ons land bestuurd moet worden. In het begin van de 19e eeuw hebben alleen burgers boven een bepaalde inkomensgrens kiesrecht en kunnen zo meebepalen welke politieke partijen betrokken zullen worden bij de regering. De grondwetswijziging van 1848 vergroot de macht van het parlement en daarmee ook de invloed van het debat in de Tweede Kamer. In dit debat staat de rede centraal. Het gaat er om je tegenstander met argumenten van zijn ongelijk te overtuigen. Het algemeen belang moet daarbij voorop staan en het gematigd liberalisme vormt in die tijd de voornaamste politieke stroming. Rond 1870 verandert ons politieke klimaat. In de industriële samenleving wordt de ‘gewone man’ steeds belangrijker en eist inspraak in bestuur. Zo wil men uitbreiding van het kiesrecht en in verlengde daarvan beginnen zich ook verschillende politieke stromingen af te tekenen: liberalisme, confessionalisme en socialisme.

J.R. Thorbecke, schilder J.H. Neuman, 1852 © public domain

 

  • Liberalisme
    De liberale politicus Johan R. Thorbecke (1796-1872) introduceert het parlementaire stelsel en aanvankelijk domineren de liberalen dan ook de Tweede Kamer der Staten Generaal. Pas als andere politieke stromingen zich gaan organiseren, zien ook de liberalen de noodzaak om zich in partijverband te gaan organiseren. Zo ontstaat in 1895 de Liberale Unie, die haar stemmers vindt onder de welgestelde burgerij. Kort na de Tweede Wereldoorlog ontstaat hieruit de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie (VVD). Minimale inmenging van de overheid en optimale vrijheid van het individu staan voorop, maar is gekoppeld aan het besef dat de eigen vrijheid niet ten koste mag gaan van de vrijheid van anderen. Fabrieken en grondstoffen moeten volgens de liberale visie in handen zijn van particulieren en niet in handen van de staat. Volgens de liberalen zijn bedrijven zo beter in staat om winst na te streven, waardoor arbeid, werkgelegenheid, koopkracht en welvaart ontstaan. Dit zou ook moeten leiden tot ‘vrije markteconomie’, waarin de overheid zich terughoudend kan opstellen. Volgens deze visie moeten burgers vooral hun eigen verantwoordelijkheid nemen. Daarnaast blijven liberalen voorstanders van de scheiding van kerk en staat als voorwaarde voor godsdiensttolerantie.
    > Van oudsher verbinden zich minder Joden met het liberalisme. Dit heeft onder andere te maken met het feit dat het merendeel, als nieuwkomers in de Nederlandse samenleving, de eerste generaties financieel kwetsbaar zijn. Daarnaast sluit de ideologie van de socialistische strijd ook beter aan bij de breed gevoelde, Joodse opdracht om als individu een bijdrage te leveren aan het verbeteren van de wereld (Tikoen Olam). Maar natuurlijk zijn er ook al aan het begin van 20e eeuw Joodse Nederlanders die dat op een andere manier vormgeven. Een naam die zich al vroeg aandient in politiek-liberale kringen is die van Samuel van den Berg. Hij is onder andere verbonden aan de margarinefabriek Van den Berg in Rotterdam en is van 1905 tot 1938 lid van de Eerste en Tweede Kamer. <
  • Confessionalisme                                                                                                                  De politieke stroming die propageert dat religie ook in het landsbestuur vorm moet krijgen, noemen we ons land leidt in 1894 een initiatief van leden van de Nederlandse Hervormde Kerk tot oprichting van de Anti Revolutionaire Partij (ARP). Deze partij keert zich tegen de principes van de Franse Revolutie van 1789. Volgens de ARP is het niet het volk dat de staat zijn macht geeft, maar God. Hun voorman Abraham Kuyper (1837-1920) wil opkomen voor de gewone gelovigen, de ‘kleine luyden’. In het begin van de 20e eeuw ontstaan er ook andere christelijke partijen, de CHU (Christelijk Historische Unie) en KVP (Katholieke Volks Partij). In de jaren zestig van de 20e eeuw gaan deze drie confessionele partijen samenwerken en in 1980 volgt een fusie. De drie ‘christelijke’ partijen gaan dan gezamenlijk verder als Christen Democratisch Appèl (CDA). De christendemocraten beschouwen de bijbel als hun bron van inspiratie. De kernwaarden van de christendemocraat zijn: gerechtigheid, gedeelde verantwoordelijkheid van overheid en samenleving, solidariteit en rentmeesterschap (zorg voor schepping, natuur en cultuur).

Abraham Kuyper © public domain

Domela Nieuwenhuis, Amsterdam 1931 (beeldh. Johan Polet).

P.J. Troelstra en echtgenote Nienke van Hichtum © public domain

  • Socialisme
    In 1881 wordt in ons land de eerste partij op socialistische grondslag opgericht, onder de naam: Sociaal Democratische Bond (SDB). De voorman is voormalig predikant Ferdinand Domela Nieuwenhuis (1846-1919). De partij wil iets doen aan de uitbuiting en slechte leefomstandigheden van de arbeidersklasse. Er ontstaat een klassenstrijd tussen de armen (proletariërs) en de bezittende klasse (bourgeoisie). De partij streeft vooral naar algemeen kiesrecht en heeft weinig op met het koningshuis. Later komt het accent meer en meer te liggen bij de sociale strijd van de vakbeweging (in de stad Groningen gehuisvest in gebouw 'De Toekomst' aan de Coehoornsingel, zie foto toegangspoort). Ondanks de revolutionaire inslag doet de SDB toch mee met de landelijke verkiezingen en zo komt Domela Nieuwenhuis in 1888 in de Tweede Kamer. In 1894 wordt de naam veranderd in de Socialistenbond. Na het vertrek van de radicale tak gaat de groepering vanaf 1900 op in de in 1894 opgerichte Sociaal Democratische Arbeiders Bond, die sinds 1897 als SDAP met twee zetels in de Tweede Kamer zit. Deze nieuwe partij sluit zich vervolgens aan bij de overkoepelende organisatie van socialistische partijen in Europa. De socialisten hopen langs de weg van de democratie een socialistische maatschappij tot stand te brengen, waarin de belangrijkste industrieën en de winning van delfstoffen een staatsaangelegenheid wordt. Verder strijdt de SDAP onder leiding van Pieter Jelles Troelstra (1860-1930) voor algemeen kiesrecht en sociale wetten, zoals staatspensioen. De invoering van het algemeen kiesrecht in 1917 levert de SDAP een grote zetelwinst op. Van de beoogde revolutie is in ons land nooit iets terecht gekomen. Na de Tweede Wereldoorlog gaat de SDAP op in de Partij van de Arbeid (PvdA) en wordt een partij die een geleidelijke hervorming van de maatschappij tot stand wil brengen. Het belangrijkste issue is solidariteit met de sociale onderklasse, waarbij de sterkste schouders de zwaarste lasten moeten dragen.
    > Binnen deze socialistische beweging ontwikkelt N.A. de Vries zich in de periode 1913-1924 in stad en provincie Groningen als een gedreven en gewaardeerd sociaal-democratisch politicus (zie levensschets Nathan Albert de Vries op de volgende pagina). < 

Huldiging © public domain 

.

meer over item 1913: klik hier

.X.   .X.   .X.   .X.   .X.   .X.   .X.   .X.   .X.   .X.   .X.   .X.   .X.