item 1933

Canon Winsums Jodendom
.
. x.   . x.   . x.   . x.   . x.
.

.
. x.   . x.   . x.

.
.

I N T R O D U C T I E
.

thema: Opkomend antisemitisme
.

meer over item 1933: klik hier
.
interview met (...in behandeling)

.
overzicht Canon Winsums Jodendom:
 klik hier

.

.

.X.

.1933.

Abraham de Vries sterft in november 1933. Deze laatste rabbijn van Winsum is dan 84 jaar oud. Als teken van zijn priesterlijke waardigheid staan er op zijn grafsteen op de Joodse begraafplaats aan de voormalige Munsterweg twee zegenende handen afgebeeld. De joods religieuze gemeenschap van Winsum is dan inmiddels geminimaliseerd door ontkerkelijking en trek van werkzoekenden naar de industriële centra. Er heerst crisis in het land, veel mensen raken werkeloos en de onderlinge verdraagzaamheid neemt af.

.

.X.

.
.

.
.
.

1931, B&W Winsum (2e van links: burgemeester J.J.G. Boot). Uit 'Van rustig dorp naar dynamische centrumgemeente', p.12.

Inleiding

De jaren tussen de Eerste en de Tweede Wereldoorlog noemen we het Interbellum (1918-1940). In die periode neemt het aantal weggebruikers flink toe en daarom besluit de provincie Groningen om langs Winsum een nieuwe weg aan te leggen richting Lauwerszee (de afsluiting daarvan vindt later plaats). Voor die doorgaande provinciale weg komt er in 1927 aan de westkant van het dorp een nieuwe brug over het Winsumerdiep. Dat deze brug dertien jaar later aan het begin van de Tweede Wereldoorlog wordt gebombardeerd door het naziregime geeft al wel aan dat ons land door een zwarte periode gaat. Het begint allemaal met Zwarte Donderdag, 24 oktober 1929, als de financiële markt in Amerika en het internationale handelsverkeer instorten. De depressie zou ook diep ingrijpen in het leven van de Joodse bevolking, maar dat kon toen nog niemand voorzien. Het is de tijd waarin overheden nieuwe werkgelegenheid proberen te scheppen. Er komen plannen op de tekentafel; de ambtenaren hebben het er druk mee. Naast de komst van de nieuwe brug in de provinciale weg werkt het College van Burgemeester en Wethouders van Winsum aan een groot nieuwbouwproject, waarbij ten zuiden van het Winsumerdiep een nieuwe woonwijk wordt gerealiseerd. Het is de tijd waarin veel dorpelingen in de stad op zoek gaan naar werk. Ook Joden zoeken werk buiten Winsum. Zij trekken weg naar elders, vooral de jongeren, en vestigen zich in de stad Groningen of gaan naar Amsterdam, Enschede... Een enkeling vestigt zich in Den Haag of Oss in Brabant. Sommigen kunnen aan de slag bij een Joodse ondernemer, anderen starten als kleine zelfstandige of strijken daar neer, waar ze hun handel het beste aan de man kunnen brengen.

1928. Uitbreidingsplan voor nieuwbouw-woningen ten zuiden v/h Winsumerdiep. Achtergrond links, molen De Ster, dan schoorsteen zuivelfabriek en molen De Vriendschap en rechts, torenspits hervormde kerk.

.
.
.
.

De twee ongetrouwde dochters Es en Ro van rebbe Abraham de Vries wandelen in de Westerstraat.

Trek naar stedelijk gebied

Interbellum
Tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) blijft ons land neutraal en de invloed van die oorlog is bij ons dan ook veel kleiner geweest dan bijvoorbeeld in buurland België. In de dertiger jaren van de 20e eeuw nemen de internationale spanningen opnieuw toe en tegen die achtergrond kijken we naar de grote veranderingen die zich rond de Joodse bevolking in onze regio voltrekken. Al vanaf het begin van de 20e eeuw neemt het aantal Joden hier sterk af. Ook de tijdelijke vestiging in het begin van de Eerste Wereldoorlog van Belgische Joden in de stad Groningen verandert hier weinig aan. Zo vermindert het aantal Joodse inwoners in Winsum van ruim 140 in 1899 tot ruim 90 in 1909. In 1920 wonen er nog 66 Joden en in 1930 nog 52. Van deze 52 Joden wonen er dan 3 in Bedum, 16 in Eenrum, 16 in Warffum en 17 in Winsum-Obergum. Oorzaak: de jongere generatie trekt naar  stedelijk gebied, waar meer werk en een grotere kennissenkring te vinden is. Door deze trek naar elders worden vanaf het begin van 20e eeuw op het platteland in Noordwest Groningen minder Joden geboren dan er sterven. Vooral de Randstad en met name Amsterdam heeft een aanzuigende werking. Rond 1930 woont zo’n zestig procent van alle Nederlandse Joden in Amsterdam.

Voorbeelden zijn Marchien van Berg en haar zuster Sophia Goltje Emanuel-van Berg, zusters van de Winsumse veehandelaar Izack Jonathan van Berg. Ook Rebecca Reintje de Vries, zuster van Nathan Albert de Vries en nicht van Michiel en Izaäc de Vries, vertrekt naar Amsterdam. Lea Hamme-de Vries, de jongste zuster van rebbe Abraham de Vries en tante van Comprecht, Essie en Roosje de Vries (Es en Ro), woont met haar gezin in Den Haag. Naast die trek naar elders op zoek naar werkgelegenheid, zijn er ook Joden die zich niet langer Joods voelen en de band met hun religie verliezen. Sommigen gaan een gemengd huwelijk aan en een enkeling noemt zich ‘buitenkerkelijk’.

Werkverschaffing
In Winsum treedt eind 1930 de heer J.J.G. Boot aan als burgemeester. Zijn benoeming is omstreden, want volgens de gemeenteraad is de nieuwe burgemeester ‘te jong’ en ‘onbekend met de Groninger volksaard’. Ook had de meerderheid de voorkeur uitgesproken voor een burgervader van linkse signatuur. De raad bestaat dan uit zeven leden, drie antirevolutionairen, twee sociaaldemocraten, een vrijzinnig democraat en een lid van de Liberale Staatspartij. Er worden harde noten gekraakt. Toch weet men de vrede te bewaren en men ziet de burgemeester zeven jaar later dan ook met spijt in het hart vertrekken. Dat de burgemeester kort na zijn aantreden de harddraverij op zondag verbiedt, neemt men hem niet in dank af. Maar er komen belangrijkere punten op de agenda van het gemeentebestuur, zoals bestrijding van werkeloosheid. Ook moet die brug over het Reitdiep bij Garnwerd er komen, evenals het scholingsplan voor de jeugdige werklozen van Winsum.

Vlintenklopperij, een werkverschaffingsproject uit begin 20e eeuw bij de scheepshelling a/h Winsumerdiep. Hier worden keien uit Drenthe geschikt gemaakt voor wegverharding en bouw.

1933, nieuwe Bad- en Zweminrichting. Het zoute water werd van tachtig meter diepte opgepompt. Veertig jaar later kreeg Winsum een nieuw verwarmd openluchtbad, De Hoge Vier.

1933. Met muziek voorop lopen belangstellenden op de nieuwe brug over het Reitdiep bij Garnwerd. Het oude veer vaart niet meer, tussen Aduarderzijl en Schouwerzijl vaart sinds 2014 het Reitdiepveer.

Langzaam uit de crisis
Het college van Winsum initieert ook tewerkstellingsprojecten, zoals de aanleg van een zwembad en de verplichte aansluiting op de waterleiding. In 1933 staat salarisverlaging van ambtenaren op de agenda en in 1935 het tegengaan van bedelarij. Stuk voor stuk agendapunten die laten zien hoe moeilijk Nederland uit de crisis komt. Dit heeft zeker ook zijn invloed gehad op de resterende Winsumer Joden. De meesten van hen hadden voordien hun inkomenspositie al wel weten te verbeteren, maar wie echt ‘hogerop’ wilde moest in die tijd niet op het platteland zijn, maar in de stad. In Groningen is het vooral de confectie-industrie die onder Joodse leiding goed gedijt en je hebt er natuurlijk ook de drukkerij van Izak Oppenheim die naam maakt. Izak is een van de zonen van de bekende zakenman Samuel Juda Oppenheim. Verder komt in Groningen de fabricage van verf, pudding, drank en limonade tot bloei onder Joods ondernemerschap van de familie Polak. En niet te vergeten: het verhaal van Simsons bandenplaksel van (Jehuda Levi >) Louis Wijnberg, klein begonnen in Groningen en nog altijd actueel.

.

meer over item 1933: klik hier

.X.   .X.   .X.   .X.   .X.   .X.   .X.   .X.   .X.   .X.   .X.   .X.   .X.