item 1942 (m)

Canon Winsums Jodendom
.
. x.   . x.   . x.   . x.   . x.
.

.
. x.   . x.   . x.

.
.

M E E R  over  I T E M  1942
.

thema: Joden in de Tweede Wereldoorlog
.

terug naar introductie item 1942: klik hier
.
interview
met verre verwante Reina Oudgenoeg
klik hier
.
overzicht
 Canon Winsums Jodendom:
 klik hier

.

.

.X.

.1942.

De introductiepagina van item 1942 schetst hoe buurland Duitsland onder leiding van Hitler een dictatuur wordt, die wereld wil domineren. In Winsum dringt die harde boodschap pas door als op 10 mei 1940 de brug in de Provincialeweg, de Boogbrug en de spoorbrug worden opgeblazen. Alleen het voetgangersbrugje bij de haven blijft in tact. Ook wordt er meer bekend over maatregelen die leiden tot discriminatie en uitsluiting van Joden. Deze verdiepingspagina gaat in op vluchten, onderduiken of afwachten. Al sinds de Kristallnacht in 1938 kwam de vluchtelingenstroom uit Duitsland op gang. In onze regio zullen alleen Simon Benninga uit Eenrum en zijn zoon Noach de oorlog overleven door onderduik en vluchtroute over zee. De anderen overleven niet en daarom wordt tot slot ook het verhaal van deportatie en vernietiging verteld.

.

.X.

.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.

.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.

Bandung, dec.1945. Familie Benninga-Frank via Londen naar Nederlands-Indië.

Op 25 september 1941 trouwt Jakob de Lange uit Groningen (een neef van de Winsumse Issy en Sophius de Vries) met Sara Gosschalk. Achter het bruidspaar: Jakobs moeder, Rozette de Lange-de Vries, geboren te Winsum (foto: Album De Lange, Kenniscentrum JCK).

Vluchten, onderduiken of afwachten

Op de vlucht
Na de Kristallnacht in 1938 ontvluchten Duitse Joden massaal hun thuisland. Ook Nederlandse Joden die dichtbij de Duitse grens wonen, zoals de Joden in Groningen, maken zich zorgen. De één meer dan de ander. Wie genoeg geld heeft vlucht bijvoorbeeld naar Palestina (later Israël), Engeland of Amerika. Maar ook in het westen van ons eigen land voelen zij zich vaak al veiliger dan zo dichtbij de Duitse grens. Zo trok het gezin van Betje Knorringa-de Vries uit Uithuizen in 1939 naar Oegstgeest. Want Betje, de jongste dochter van rebbe Abraham de Vries uit Winsum, wilde in Nederland blijven om maar geen afscheid te hoeven nemen van haar eigen familie. Zij was de jongere zuster van Essie, Roosje en Koos (Comprecht) de Vries uit de Westerstraat, de vrijgezelle kinderen van rebbe de Vries. Betjes broer Koos (Comprecht) maakte zich geen zorgen, zelfs niet toen hij in de zomer van 1942 werd opgeroepen voor een werkkamp in Drenthe. Maakte Koos zich echt geen zorgen, of wilde Koos het gevaar gewoon niet onder ogen zien omdat hij toch niets aan de situatie kon veranderen? Hoe zou hij immers als vrijgezelle vijftiger in een onbekende omgeving zijn brood moeten verdienen? Waar zou hij moeten wonen en wie zou er voor hem zorgen? Zijn vrijgezelle zuster Essie deed de huishouding voor hem in Winsum. Toen de oorlog eenmaal uitgebroken was, was het sowieso al te laat om nog te vluchten. Alleen zijn zuster Betje in Oegstgeest overleefde met haar gezin de oorlog door onder te duiken (zie interview Herman Knorringa bij item 1879).
x
De in Eenrum geboren Noach Benninga wist op het laatste nippertje nog wel naar het buitenland te vluchten. Hij werkte op het Chemisch Laboratorium in Groningen en vluchtte met een gehuurde fiets over de Afsluitdijk. Zo weet hij met zijn jonge gezin (zijn vrouw Lena en dochter Channa) en schoonmoeder tijdig naar Engeland te ontkomen. De familie had tevoren geld gereserveerd voor een eventuele vlucht, maar daar was natuurlijk lang niet iedereen toe in staat.

Onderduiken
Vanaf de zomer van 1941 wordt het
anti-Joodse beleid in Nederland steeds agressiever. Joden worden ontslagen, moeten hun geld inleveren en Joodse kinderen mogen niet meer gewoon naar school. Voor de meesten was vluchten inmiddels te laat. Zij hadden nu alleen nog de keuze tussen afwachten of onderduiken. In Winsum nam geen van de Joden het initiatief om onder te duiken. Ze vreesden niet alleen voor hun eigen leven, maar waren ook bang dat als ze zouden proberen om onder te duiken, de rest van hun familie daarvoor gestraft zou worden.

x
De uit Warffum afkomstige veehandelaar Benjamin van Dam wist met zijn hele gezin wel onder te duiken en zo de oorlog te overleven. Hij woonde toen al in Groningen. Het was de Winsumer Jan Huitzing die Benjamins zoon Aalje Meijer van Dam op het hart had gedrukt om zich niet te laten deporteren. Dankzij de oud-schoolmeester en de voor predikant studerende weduwnaar Benne Roorda overleefde de hele familie van Dam de oorlog. Roorda stond in contact met de landelijke organisatie tot hulp van onderduikers. Zelf werd hij opgepakt en stierf in Duitsland. Toen hij gearresteerd werd, wisten de Duitsers kennelijk niet dat Roorda acht Joodse onderduikers had. In 1997 heeft de staat Israël Benne Roorda tijdens een plechtigheid in de synagoge in Groningen postuum het predicaat 'Rechtvaardige onder de Volken' toegekend.

x
Vanaf de zomer van 1941 wordt het anti-Joodse beleid in Nederland steeds agressiever. Joden worden ontslagen, moeten hun geld inleveren.

Kort na vertrek van de meeste Joden uit Eenrum heeft Simon Benninga, de vader van de inmiddels naar het buitenland gevluchte Noach Benninga, kans gezien onder te duiken. Noach was zijn enig kind. Zijn vrouw stierf vier maanden na Noach’s geboorte en Simon hoopte vurig zijn zoon nog terug te zullen zien als de oorlog voorbij zou zijn. Via de predikant van de hervormde gemeente te Leens komt hij in huis bij het hoofd van de lagere school de heer Bergacker aan de Zuster A. Westerhofstraat 17. Hij overleeft de oorlog en woont na de oorlog nog enkele jaren samen met zijn zoon Noach, schoondochter Lena en kleindochter Aleid Channa in hun huis aan de Molenstraat 8 in Eenrum. In 1947 wordt daar kleinzoon Simon Zadok Benninga geboren.

Enkele jaren later vertrekt Noach met zijn jonge gezin naar Amerika en Simon, die vrijwel al zijn Groninger familie en Joodse vrienden in de oorlog verloren had, verliet Eenrum en ging in Amsterdam wonen. Hij hertrouwde en overleed 83 jaar oud in 1959. In 1998 heeft de staat Israël in het gemeentehuis van Assen de familie Bergacker uit Leens het predicaat 'Rechtvaardige onder de Volken' toegekend.

Veilige huizen op het Hogeland: Simon Benninga uit Eenrum  duikt onder op de Zuster Westerhofstraat 17 in Leens.

Veilige huizen op het Hogeland: Rachel Hart uit Amsterdam duikt onder in de Sijtsmastraat 24 in Baflo.

.

Ook niet-Groninger Joden vonden soms een onderduikadres op het Groninger platteland. Zo heeft de familie van der Laan in de Sijtsmastraat 24 in Baflo de elfjarige Rachel Hart uit Amsterdam opgenomen in hun gezin. Ze kreeg daar de naam Ellie van Leeuwen en was in het gezin van der Laan zogenaamd opgenomen als weeskind uit Rotterdam, dat haar ouders had verloren bij het bombardement aan het begin van de oorlog. Haar onderduikmoeder in Baflo zorgde er zorgvuldig voor dat de haartjes van haar nieuwe pleegdochter regelmatig blond geverfd werden, zonder dat ‘Ellie’ daar iets van merkte. Ellie van Leeuwen ging ook gewoon met de andere kinderen in Baflo naar school. Ze was immers niet Joods, ze was stadskind uit Rotterdam zonder ouders. Behalve haar nieuwe pleegouders was de meester van school de enige in Baflo die wist hoe het echt zat. In het interview met de zoon van Rachel (Wetters-)Hart uit 2015 wordt daar uitgebreid op ingegaan. In 1993 ontving ook de familie van der Laan de erkenning van 'Rechtvaardige onder de Volken'.

The Righteous Among the Nations Avenue, Israel, Yad Vashem (© public domain) 

Afwachten
Achteraf gezien betekende 'afwachten' in vrijwel alle gevallen dat men was overgeleverd van de brute moordmachine van het nazistisch regime. In Nederland overleeft slechts een kwart van alle Joden de Shoah. In Winsum overleeft niemand. Niemand keert terug. Het gesprek daarover blijft lang, te lang onder de oppervlakte. Toch is het belangrijk om te weten dat er wel andere voorbeelden zijn, waarbij is gebleken dat verzet tegen het naziregime soms succesvol kon zijn. Maar wat heet succesvol? De overlevenden van de Shoah krijgen na de oorlog heel veel nieuwe problemen te overwinnen. Ze zijn alles kwijt. Hun vrienden en familie zijn veelal omgekomen of willen zo snel mogelijk een nieuw leven buiten Europa beginnen. Opnieuw staan ze maatschappelijk op achterstand. Veel kinderen en jongeren konden jarenlang niet naar school, een studie volgen of naar de sportclub. Achteraf is het verdriet om alle verlies en wreedheden onvoorstelbaar groot, ondragelijk groot. Nadere informatie over de achtergronden van de onderduikkinderen is te vinden in een drietal indringende portretten over Verborgen Kinderen (Andere Tijden, 23 maart 2011, duur 26 minuten).

.

Westerstraat 1A (voorheen nr. 14)

Oosterstraat 24

Nieuwstraat 42 (voorheen nr. 3)

Tuinbouwstraat 15.

Stationsgebouw Winsum 1893 (afgebroken in 1971).

Deportatie en vernietiging
x
- werken in Drenthe of Duitsland
Vanaf begin 1942 roept het naziregime Joodse mannen op om hen in werkkampen te laten werken. In die periode blijven nog veel vrouwen en kinderen alleen achter. Omdat de mannen bang zijn dat hun gezin wat wordt aangedaan als ze zich niet melden, geven de meesten gevolg aan die oproep. Hun gezin volgt later. Ook zij gehoorzamen meestal omdat hen beloofd wordt dat zij in de kampen weer verenigd worden met hun man en vader. Over die kampen is nog steeds veel onduidelijkheid. Herinneringscentrum Kamp Westerbork heeft hiervoor een speciale website ingericht, waaraan alle door historisch onderzoek nieuw verkregen informatie wordt toegevoegd. Ondertussen wordt het een schrikbeeld voor veel Joden. Werkkampen? Wat gaat er gebeuren? Waar gaan de anderen heen? Wie kan je nog vertrouwen? Ze zitten als ratten in de val. Er wordt nauwelijks openlijk over gepraat. Ze proberen zich allemaal groot te houden voor elkaar.

- via Westerbork naar Auschwitz
Aan het begin van de oorlog zijn er nog veertien Joodse inwoners in Winsum. Maar aan het begin van de oorlog is Roosje de Vries in de Westerstraat al ernstig ziek. Ze heeft kanker en zal niet lang meer leven. Haar oudere zuster Essie, ze laat zich liever Ester noemen, zorgt voor haar en voor haar broer Koos, die officieel Comprecht heet. Roosje sterft op 11 december 1941 en wordt begraven op de Joodse begraafplaats van Winsum. Kennelijk is de familie dan nog in staat om een grafsteen voor haar te laten maken. Het wordt de laatste grafsteen die in Winsum op de Joodse begraafplaats is geplaatst. Sommigen in het dorp herinneren zich de kar met paard waarmee Roosje naar de begraafplaats wordt gebracht. Van de zwaarste anti-Joodse maatregelen die haar naasten zouden treffen, heeft Roosje gelukkig geen weet gehad.

- doorgangskamp Westerbork

In juli 1942 komt vluchtelingenkamp Westerbork onder het regime van de Duitse SS en wordt een doorgangskamp. De SS (Schutzstaffel) was een paramilitaire afdeling van de Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij (NSDAP). In de periode van juli 1942 tot september 1944 vertrekken er 93 treinen van Westerbork naar Duitsland en Polen. Zo’n trein bestond voornamelijk uit goederenwagons. Er konden zo’n duizend mensen in. Via Westerbork zijn er 101.488 mensen gedeporteerd en in kamp Westerbork zelf overleden circa 800 mensen. Het merendeel van de Joden is in de kampen Auschwitz en Sobibor vergast. Een kleine 5000 van de gedeporteerde Joden hebben de kampen overleefd.

- huizen in Winsum, die ons aan de Holocaust herinneren
Medio 1942 wonen de overgebleven dertien Joodse inwoners van Winsum nog op vier verschillende adressen
> Westerstraat 14 (inmiddels afgebroken, huidige locatie: Kerkpad 1A aan de westzijde Obergumerkerk), gezin Comprecht de Vries bestaande uit de vrijgezelle zus Essie de Vries (60 jaar) en broer Comprecht/Koos de Vries (55 jaar).
> Oosterstraat 24, gezin Michiel de Vries bestaande uit vader Michiel de Vries (54 jaar), moeder Agatha de Vries-van Zuiden, (56 jaar) en hun kinderen Israël de Vries (16 jaar) en Sophius de Vries de Vries (14 jaar).
> Nieuwstraat 42 (voorheen nr. 5), Jozef Garson (62 jaar) en dan bij hem inwonend dorpsgenoot Izack Jonathan van Berg (57 jaar, voorheen wonend in Havenstraat 22).
> Tuinbouwstraat 15, gezin Izaäk de Vries bestaande uit vader Izaäk de Vries (52 jaar), moeder Elsina/Ellie de Vries-Oudgenoeg (36 jaar), hun kinderen Sophie/Fietje de Vries (9 jaar) en Jacob Comprecht de Vries (6 jaar) en grootmoeder Sophia de Vries-van der Klei (84 jaar).

Een terugblik op het verloop van de oorlog
We hebben ons tijdens deze bespreking vooral gericht op de gebeurtenissen rond de brute moord op de lokale Joodse bevolking tijdens de Tweede Wereldoorlog. Wat zich gelijktijdig op wereldniveau heeft afgespeeld aan machtsverschuiving, militair geweld en massamoord is grotendeels buiten beeld gebleven. Het zou uiteindelijk een oorlog worden die Duitsland zou gaan verliezen. Maar hoe en ten koste van wat? Voor wie het verloop van die geschiedenis nog eens op een rijtje wil zetten, voegen we een link toe naar het programma van NTR SchoolTV.

Voor de Joodse gemeenschap van Winsum eindigt deze bespreking met het al eerder genoemde briefje van burgemeester Keiser (ambtsperiode: november 1941-april 1946)d.d. 23 december 1942. Daarin stond te lezen: “In antwoord op Uw schrijven van 15 december 1942, B.No.252-269.1942, bericht ik U, dat er momenteel geen Joden meer in deze gemeente zijn gevestigd.” Over het lot van de Joodse inwoners van Winsum
Lees meer...

was toen formeel nog niets bekend. De in beslag genomen eigendommen van de Joodse inwoners waren inmiddels overgebracht naar het gemeentelijk depot. De afhandeling daarvan en van de onteigende woningen is algemeen minder bekend. In het interview met Rob Garson (canon-item 1820) staat te lezen hoe in naam van de Nederlandse staat na de oorlog is gehandeld in zake de woning van Jozef Garson aan de Nieuwstraat. In bewaring gegeven eigendommen bij niet-Joodse buurtgenoten, zoals het kistje met fotomateriaal van Michiel de Vries uit de Oosterstraat en de Mezoeza en de Hebreeuwse gebedenboeken die Koos/Comprecht) de Vries uit de Westerstraat in bezit had, komen pas aan het eind van de twintigste eeuw terug in Winsum.

Hoe de informatie over alles wat er gebeurd is toch langzaam bekend wordt en hoe het herdenken van de slachtoffers na de oorlog op gang komt, wordt besproken in bij item 1993. In dat jaar wordt aan de voormalige synagoge van Winsum het Joodse oorlogsmonument onthuld. Ter afsluiting hieronder vast een afbeelding van de hal met namen van Holocaust-slachtoffers bij Yad Vashem in Jeruzalem. Het monument bestaat uit een herdenkingsruimte, een historisch museum, een Hal van de Namen, een archief, een bibliotheek, het 'Dal van de verwoeste gemeenschappen en een park gewijd aan de 'Rechtvaardigen onder de Volkeren', niet-Joden die tijdens de vervolging Joden hebben gered.

Monument herinneringskamp Westerbork (ontwerp: Ralph Prins, 1970). © public domain

Jeruzalem, Yad Vashem, Hall of Names, april 2011. © public domain

.

terug naar introductie item 1942: klik hier
.
interview
met verre verwante Reina Oudgenoeg
klik hier
.
overzicht
 Canon Winsums Jodendom:
 klik hier
.
verder naar het volgende item: klik hier


.

.X.   .X.   .X.   .X.   .X.   .X.   .X.   .X.   .X.   .X.   .X.   .X.   .X.