item 1993 (m)

Canon Winsums Jodendom
.
. x.   . x.   . x.   . x.   . x.
.

.
. x.   . x.   . x.

.
.

M E E R  over  I T E M  1993
.

thema: Herdenken
.

terug naar introductie item 1993: klik hier
.
interview
met herdenker Barry Cohen
klik hier
.
overzicht
 Canon Winsums Jodendom:
 klik hier

.

.

.X.

.1993.

De introductiepagina van item 1993 vertelt over het einde van de oorlog, de talloze slachtoffers, de schandalige details, de enkele overlevers. We kijken naar goed, naar fout en naar verzet. Ook de nieuwe jeugdcultuur en groeiende belangstelling voor lokale geschiedenis komen daarbij in beeld. Op deze vervolgpagina kijken we naar het opgang komen van de naoorlogse herdenkingscultuur. De komst van een bevrijdingsmonument, het Joodse monument aan het N.A. de Vriesgebouw (voorheen synagoge) en de start van stichting Een Joodse Erfenis in Winsum. Ook het herdenken van de Tweede Wereldoorlog wereldwijd komt in beeld én het vastleggen van de Universele Rechten van de Mens.

.

.X.

4 mei 1993. Rabbijn Jacobs onthult het monument aan de voormalige synagoge.

.
.
.

Nooit meer vergeten

Boekje, monument en Herzberglezing
- Werkgroep wordt stichting -

In de tijd dat ook in Winsum-Obergum mensen met belangstelling voor de geschiedenis van deze streek zich verenigen in een streekhistorische vereniging, vormt zich rond het N.A. de Vriesgebouw (voormalige synagoge) aan de Schoolstraat ook een werkgroep die de verdwenen Joodse geschiedenis van Winsum wil onderzoeken. Zij zijn daarin succesvol en geven in april 1993 hun eerste boekje uit onder de titel: 'Een Joodse Erfenis in Winsum'. Schrijvers zijn Hans Hamburger en Jan Regtien. Ze beschrijven de Joodse Gemeente van Winsum, begraafplaats, synagoge, middelen van bestaan en vervolging en vernietiging van de laatste dertien Winsumer Joden in 1942/43. Met die publicatie loopt de werkgroep vooruit op de onthulling van een Joods monument aan het N.A. het Vriesgebouw (de voormalige) op 4 mei 1993, vijftig jaar nadat de 16-jarige Israël de Vries als laatste Joodse inwoner van Winsum wordt vermoord in Auschwitz. In 1995 groeit werkgroep Een Joodse Erfenis uit tot een stichting en produceert in de periode tot 2011 achttien publicaties, naast de organisatie van lezingen en exposities rond Joodse thema’s.

- Een oorlogsmonument in Winsum -
In 1948 wordt er in Winsum een bevrijdingsmonument onthuld aan de Regnerus Praediniusstraat. Aanvankelijk spreekt men in het dorp van een verzetsmonument of bevrijdingsmonument. Dat hiermee Joodse oorlogsslachtoffers worden uitgesloten ziet men aanvankelijk over het hoofd en nabestaanden die voor hen kunnen opkomen, zijn er voor deze slachtoffers niet. Is men in die jaren nog te zeer in beslag genomen door de hele nasleep rond slachtofferregistratie, in beslaggenomen huizen en goederen en herstel-betalingen? Dat lijkt onwaarschijnlijk. Maar hoe dan ook, de komst van een monument aan de voormalige synagoge in 1993 zet mensen in Winsum aan het denken. Twee jaar later worden de dertien namen van de Joodse slachtoffers alsnog toegevoegd aan de namenlijst van het algemene oorlogsmonument aan de Regnerus Praediniusstraat, dat vanaf 1995 in totaal 28 namen telt. En hoewel daar jaarlijks op vier 4 mei naast de lokale bevolking ook de nabestaanden van de omgekomen niet-Joden bijeenkomen is er van nabestaanden van Joodse zijde geen sprake meer. Pas rond de millenniumwisseling dienen zich toch nog enkele nabestaanden aan, maar hun omgebrachte dierbaren zijn zo onvoorstelbaar talrijk dat voor hun rouw en herdenking andere herinneringsbijeenkomsten vaak passender zijn, zoals tijdens Yom Hasjoa (rond de opstand van de Joden in het getto van Warschau op 19 april 1943) en rond de bevrijding van Auschwitz op 27 januari 1945.

Bevrijdingsmonument aan de Regnerus Praedinisstraat (1948, Wladimir de Vries).

De namen van de 28 Winsumer slachtoffers die tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn omgekomen.

Wisselende lichtval op het monument aan de voormalige synagoge aan de Schoolstraat.

.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.

één van de 154 meest prestigieuze
lezingen: de Herzberglezing 1993
door professor Ido Abram

- Een Joods monument aan de voormalige synagoge -
Het monument aan de voormalige synagoge komt tot stand op initiatief van het gemeentebestuur van Winsum. In overleg met de werkgroep Een Joodse Erfenis wordt afgesproken dat de heer Jan Buwalda uit Sauwerd daarvoor een ontwerp zal maken. Op 4 mei 1993 wordt het monument onthuld door rabbijn Jacobs uit Utrecht. Het bestaat uit twee glazen panelen in de vorm van twee ramen aan de oostwand van het gebouw.
De tekst op het rechter paneel luidt: 'Opdat dit een teken zij onder ulieden; wanneer uwe kinderen morgen vragen zullen zeggende: wat zijn u deze stenen?', gevolgd door de worden ‘tot eeuwig gedenken’ en een verwijzing naar een tekst uit de Tora, Jozua(/Jehosjoea) 4:6.7.
Het linker paneel betreft de namen en leeftijden van de dertien slachtoffers. Het feit dat aan het N.A. de Vriesgebouw een Joods monument is bevestigd, vormt een belangrijk argument bij het latere besluit dat het gebouw niet wordt afgebroken, maar gerestaureerd naar de oorspronkelijke bouwvorm van 1879. De voormalige synagoge wordt in 2011 opnieuw in gebruik genomen en doet dienst als centrum voor herinnering, ontmoeting en culturele activiteit.
.
- Abel Herzberglezing 1993 -
De doortastende manier waarop de werkgroep Een Joodse Erfenis in Winsum te werk gaat wordt onderstreept door de komst in 1993 van professor Ido Abram uit Amsterdam naar Winsum. Hij is vanaf 1990 als bijzonder hoogleraar Holocausteducatie verbonden aan de universiteit van Amsterdam en geeft in Winsum een lezing over dit thema. De ontvangst en betrokkenheid van de initiatiefnemers in Winsum inspireren hem later dat jaar om in zijn tekst voor de Abel Herzberglezing 1993, getiteld ‘Opvoeding na Auschwitz in een multiculturele samenleving’ een verwijzing te maken naar Winsum. De tekst verschijnt op 19 september 1993 en wordt uitgegeven door De Rode Hoed . De Abel Herzberglezing wordt jaarlijks daags na de geboortedag van Abel Herzberg georganiseerd. In zijn verhaal stelt professor Abram de activiteiten in Winsum ten voorbeeld en zegt daarover in zijn lezing: “Zo is deze oude synagoge als het ware de sokkel geworden van dit monument, niet alleen als gebouw, maar ook in de zin van sjoel, leerhuis, waarin van oudsher de geschiedenis wordt doorgegeven en gedragen.” Woorden die de professor op zijn beurt ontleent aan de toespraak van de heer Buwalda ter gelegenheid van de onthulling van het monument op 4 mei 1993. Naar zijn zeggen staat professor Abram hierbij zo uitgebreid stil omdat hij in dit kleine lokale project een belangrijke tendens herkent.
Hierbij wordt zo uitgebreid stil gestaan, omdat de professor in dit kleine lokale project een belangrijke tendens herkent. Die betreft het feit dat een groep van merendeels niet-Joodse vrijwilligers zich ontfermt over de dertien slachtoffers en daarmee hun spoorloze verdwijning voorkomt. “Want daar gaat het om”, zo zegt hij, “de omgekomen Joden voor zover dat enigszins mogelijk is hun naam en gezicht terug te geven.” Daarin ziet hij een mogelijkheid voor identificatie met de slachtoffers, ook voor mensen die na ons komen en de oorlog niet hebben meegemaakt. Als wij met elkaar willen leren van het menselijk onvermogen dat de Holocaust mogelijk heeft gemaakt, dan kan dat niet anders dan te willen inzien dat het daarbij om ‘mensen’ ging, om ‘gewone mensen’, om mensen zoals jij en ik en iedereen om ons heen.

Universele rechten van de mens
Met de Amerikaanse president Roosevelt als stuwende kracht wordt op 26 juni 1945 in San Francisco op de puinhopen van de Tweede Wereldoorlog de Verenigde Naties (VN) opgericht. Er zijn 193 landen lid van de VN, die opkomt voor de internationale vrede en veiligheid. Daarvoor werkt de VN samen op het gebied van internationaal recht, wereldwijde veiligheid, mensenrechten, gelijke kansen binnen de wereldeconomie en onderzoek naar sociaal-maatschappelijke en culturele ontwikkelingen. De vrouw van president Roosevelt wordt de stuwende kracht achter de zogenaamde Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM), meestal omschreven als mensenrechten, Human Rights. Deze verklaring wordt aangenomen door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties op 10 december 1948 om de basisrechten van de mens te omschrijven. De UVRM is van grote betekenis als: - algemene morele en juridische standaard; - bron voor een nieuw internationaal verdrag of een nationale grondwet; - basis voor het werk van mensenrechtenorganisaties zoals Amnesty International. Ter gelegenheid van de instelling van de universele mensenrechten spreekt Eleonora Roosevelt de Verenigde Naties. Op de tijdlijn van de website van de Anne Frank Stichting is daarover een kort filmfragment te vinden.

1933, president F.D. Roosevelt (1882-1945) © public domain

1950, Eleonor Roosevelt (1884-1962) © public domain

Nationale Dodenherdenking
Stichting 'Herdenking 4 mei Winsum' stelt voor de Dodenherdenking op 4 mei jaarlijks een programma samen rond de herdenkingsbijeenkomst bij het Bevrijdingsmonument aan de Regnerus Praediniusstraat. Daarbij wordt aangesloten bij het landelijk jaarthema van het Nationaal Comité 4 en 5 mei. Na de twee minuten stilte om acht uur 's avonds is er gelegenheid om deel te nemen aan een stille tocht naar één van de vier specifieke herinneringsplekken in Winsum, te weten: de begraafplaats in Winsum, de begraafplaats in Obergum, het gedenkteken bij de Obergumerkerk en het monument aan de voormalige synagoge. Op de avond van 4 mei is de voormalige Winsumse synagoge vanaf 19.30 uur geopend voor publiek en ook de 19e eeuwse olielamp zal dan weer branden als teken van onze plaatselijke betrokkenheid bij het drama van de Holocaust. Ook is er een bescheiden fotocollectie te bekijken van de slachtoffers.

Oude olielamp in vm. sjoel.

Linkerglasplaat met namen (klik voor vergroting).

- Wie herdenken we in Nederland?
Tijdens de Dodenherdenking bij het nationaal monument op de Dam in Amsterdam leggen Koning Willem Alexander en Koning Maxima voorafgaand aan de twee minuten stilte een krans ter nagedachtenis aan allen die zijn omgekomen.
Lees meer...

Daarna worden er vijf kransen gelegd door overlevenden voor de verschillende groepen oorlogsslachtoffers, gevolgd door de kranslegging door Nederlandse autoriteiten. Aan die landelijke herdenking is ook een jaarlijkse poëzieprijs voor jongeren verbonden. Volgens het Nationaal Comité 4 en 5 mei herdenken we tijdens de Nationale Herdenking op 4 mei jaarlijks allen - burgers en militairen - die in het Koninkrijk der Nederlanden of waar ook ter wereld zijn omgekomen sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog (men gaat hierbij uit van 10 mei 1940), in oorlogssituaties en bij vredesoperaties. In eerste instantie ging het hierbij uitsluitend om de Nederlandse slachtoffers in de Tweede Wereldoorlog, maar sinds 1961 wordt officieel een ruimere definitie gehanteerd die alle oorlogsslachtoffers of omgekomenen sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog omvat. Daaronder vallen ook alle slachtoffers van de politionele acties in Nederlands-Indië en VN-vredesoperaties zoals in Libanon, Bosnië of Afghanistan. Over de vraag wie er wel en niet herdacht mogen worden wordt al lang uitgebreid gediscussieerd. De definitie omvat bijvoorbeeld ook de Duitse gevallenen die tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederland zijn omgekomen en Nederlandse collaborateurs, maar expliciete herdenking van deze doden ligt gevoelig, ook als het niet om overtuigde nazi’s gaat maar om jonge dienstplichtigen. Volgens het Nationaal Comité 4 en 5 mei gaat het er echter om, dat we - in herinnering aan alle Nederlandse oorlogsslachtoffers - samen verantwoordelijkheid nemen voor de toekomst en daar ook na de herdenking blijvend aan werken, vanuit het gezamenlijke doel: “…dit nooit meer…”.

- Tot eeuwig gedenken -
Terug naar de tekst op de rechterglasplaat van het monument aan de voormalige synagoge van Winsum en die opdracht: ‘…tot eeuwig gedenken…’. Misschien een opdracht, waar je je als mens alleen niets bij voor kunt stellen. Toch is het een opdracht in het hier en nu aan de opeenvolgende nieuwe generaties die de wereld bevolken. Wat hen daartoe moet blijven inspireren, is die gedachte van het Nationaal Comité 4 en 5 mei: “…dit nooit meer…”. Hoe we daaraan kunnen vormgeven, nu de laatste ooggetuigen van de Tweede Wereldoorlog en ‘de catastrofe van het redeloze kwaad’ verdwijnen? Door onze individuele betrokkenheid te blijven tonen, generatie op generatie, en telkens opnieuw de moed op te brengen om waar nodig de universele mensenrechten centraal te stellen.

Herdenken wereldwijd

Terminologie
Het drama van de Jodenvernietiging tijdens de Tweede Wereldoorlog is niet in woorden te vatten, maar zonder woorden kan het ook niet. Daarom een korte beschrijving over woordgebruik.

Na de totstandkoming van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM) in 1948 zoekt het begrip 'Holocaust' zich aarzelend een weg naar het publieke domein. De letterlijke betekenis hiervan is 'brandoffer' en dat laat zien dat eraan de term Holocaust niet echt de lading dekt. Zo verwijst het begrip 'brandoffer' naar de slachtoffers en niet naar de daders. Bovendien betreft het een religieus begrip over Abraham(/Avraham) die zijn zoon Isaak(/Jitschak) offert, Genesis(/Beresjiet) 22:1-13, wat niet in verband staat met het motief van de nazi's. Het Hebreeuwse woord 'Sjoa of Shoah' wordt ook wel gebruikt. Dit verwijst naar een 'grote catastrofe' en stelt dus ook de slachtoffers centraal. Toch gaat ook dat om een verzachtende uitdrukking, want in werkelijkheid gaat het hier in de eerste plaats om ‘volkerenmoord’, ‘genocide’, om poging tot vernietiging van alle Joden. Tegenwoordig proberen we daar duidelijker over te zijn en zeggen we vaker dat 'Joden in de oorlog zijn vermoord', in plaats van dat 'Joden in de oorlog zijn omgebracht'. Toch heeft men wel voor dit laatste, meer verhullende woord gekozen op de linker glasplaat van het monument aan de voormalige synagoge van Winsum.

Herinneringsdagen
De jaarlijkse Nationale Dodenherdenking op 4 mei kwam al aan de orde. Die datum is gerelateerd aan de avond voorafgaand aan de dag waarop de capitulatie van de Duitsers wordt aangekondigd op 5 mei 1945. Daarmee is het einde van de Tweede Wereldoorlog een feit. Een jaar later wordt die bevrijding voor het eerst op 5 mei gevierd, maar een nationale traditie komt met horten en stoten tot stand. Pas na 1975, als de Wet Uitkeringen Vervolgingsslachtoffers is ingesteld, raken er meer verzetsmensen en mensen uit Joodse en Indische kringen bij de viering betrokken. In 1982 wordt 5 mei een algemeen erkende feestdag, waar de Nationale Dodenherdenking op de avond van de 4e mei onlosmakelijk mee verbonden is.

- 9 november, Kristallnachtherdenking
Tijdens de nacht van 8 op 9 november 1938, worden in heel Duitsland Joden aangevallen. Bijna alle synagogen worden in brand gestoken, zo'n zevenduizend Joodse winkels worden geplunderd, Joodse begraafplaatsen en ziekenhuizen worden vernield en tal van Joodse bezittingen worden beklad. Deze door de nazi's georganiseerde pogrom vormt het begin van de nauwkeurig geplande vervolging en vernietiging van de Joden in Duitsland. Inmiddels hebben tal van grote steden in ons land een jaarlijkse  Kristallnachtherdenking overgenomen. In Groningen wordt de Kristallnacht herdacht met een optocht van de Grote Markt naar de synagoge in de Folkingestraat. Aansluitend is er in de synagoge een herdenkingsbijeenkomst met sprekers en muziek.

November 2015, Carla da Silva.

- 12 november, de laatste Winsumer Joden gaan naar Westerbork
In Winsum herdenken we op 12 november in 1942 op die dag de laatste Joodse inwoners van Winsum zijn gedeporteerd naar Westerbork en kort daarop vermoord in Auschwitz. De oudste is Sophia de Vries-van der Klei, is dan 84 jaar. De jongste is de Sophia's kleinzoon. Hij heet Jacob Comprecht de Vries en is dan zeven jaar. Rond deze herinneringsdag wordt in de voormalige synagoge van Winsum een lezing of andere activiteit georganiseerd, waarin de Joodse cultuur in bredere zin centraal staat. Zo bracht Carla Da Silva in november 2015 in de voormalige synagoge van Winsum haar programma De ziel van het Jiddische lied.

- 27 januari, Holocaust Memorial Day
Op 27 januari 1945 wordt het concentratie- en vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau in het door Duitsland bezette Polen bevrijd. Op 1 november 2005 roept toenmalig secretaris van de Verenigde Naties, Kofi Annan, de bevrijdingsdatum van Auschwitz uit tot een herdenkingsdag. Lees meer...

Wereldwijd worden op ‘Holocaust Memorial Day’ de slachtoffers herdacht van de Holocaust en andere genociden (Cambodja, Rwanda, Srebrenica en Darfur). Daarmee is Auschwitz uitgegroeid tot universeel symbool voor de massavernietiging van burgers. Ook in ons land is de Nationale Auschwitz Herdenking uitgebreid met de Holocaust Memorial Day, waarop speciaal aandacht wordt besteed aan het tegengaan van rassenhaat, discriminatie en antisemitisme. Rondom deze dag worden in Nederland door tal van organisaties activiteiten georganiseerd. Het volledige programma is te vinden via de website van het NIODhet Nationaal Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies. De activiteiten worden afgesloten met de ‘Holocaust Memorial Day/Nationale Auschwitz Herdenking’, die in Nederland jaarlijks plaatsvindt op de laatste zondag in januari.

- 27 niesan (eerste helft april), Jom HaSjoa
De dag van de Sjoa, Jom HaSjoa, is de jaarlijkse dag voor de herdenking van de Holocaust, die oorspronkelijk voornamelijk in Israël werd gehouden. De herdenking vindt plaats op de 27e niesan, tenzij deze dag voorafgaat aan of volgt op de sjabbat (zaterdag), dan wordt de herdenking een dag verschoven.
Lees meer...

Tijdens deze dag worden de Joodse slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog herdacht, evenals het Joods verzet tegen de nazi's. In Israël wilde men deze herdenkingsdag eerst op 14 niesan laten plaatsvinden, omdat 14 niesan 5703 (19 april 1943) de dag is waarop Joden in het getto van Warschau in opstand komen tegen de nazi's. Maar omdat 14 niesan onmiddellijk voorafgaat aan Pesach, is later voor 27 niesan gekozen, acht dagen voor de dag waarop de Israëlische onafhankelijkheid wordt gevierd. Buiten Israël begint Jom Hasjoa na zonsondergang op de avond vóór de feitelijke herdenkingsdag (4 mei 2016, 23 april 2017, 11 april 2018, 1 mei 2019, 20 april 2020...). Naast Jom Hasjoa herdenken Joden ook de Holocaust Memorial Day (bevrijding van Auschwitz op 27 januari). Deze Joodse herdenkingsdag voor de slachtoffers van de Holocaust is in 1953 in ingevoerd. Om tien uur 's morgens gaat in het hele land het luchtalarm af en nemen alle Joden twee minuten stilte in acht. Het verkeer ligt dan helemaal stil en automobilisten staan naast hun auto's. In openbare ruimtes (scholen, militaire bases enz.) worden officiële plechtigheden gehouden. Met name op het Warschauplein bij Yad Vashem in Jeruzalem. In Amsterdam vindt in de Hollandsche Schouwburg een herdenking plaats met een Joods karakter. Tijdens deze herdenking worden gebeden uitgesproken, waaronder Jizkor (gebed van herdenking) en Kaddiesj (gebed waarin God wordt geprezen en om de snelle komst van de Messias wordt gevraagd). De plechtigheid eindigt met het zingen van het Israëlische volkslied ‘Hatikva’ en het Wilhelmus.

Het Joods Monument aan de Verlengde Hereweg in Groningen herinnert aan de ruim 3000 Joodse Groningers die in de Tweede Wereldoorlog zijn vermoord. 1975/76, Eduard Waskowsky.

102.00 stenen en 102.000 Namen in Westerbork. © public domain

Herinneringscentra
Belangrijke centra in ons land voor herinnering van de Jodenvervolging zijn in Amsterdam het Joods Cultureel Kwartier, het Anne Frank Huis (sedert 1956 beschermd) en het Auschwitzmonument van Jan Wolkers in het Wertheimpark en in Drenthe het Herinneringscentrum Kamp Westerbork. Verder zijn er tal van oorlogsmonumenten en centra rond Joods erfgoed, zoals in Groningen het Joodse monument van Edu Waskowsky aan de Verlengde Hereweg en de synagoge in de Folkingestraat en in Noord Groningen de voormalige synagogen van Winsum en Appingedam.
Lees meer...

Naast het Joods Historisch Museum (van 1932 tot 1987 gehuisvest in de Waag op de Nieuwmarkt) en de Portugese Synagoge, die de Tweede Wereldoorlog ongeschonden doorstond, maakt ook de Hollandsche Schouwburg aan de Plantage Middenlaan sinds 2012 deel uit van het Joods Cultureel Kwartier in Amsterdam. Tot 1940 is de Hollandsche Schouwburg een populair theater, maar dat verandert als de Duitsers de naam van het theater in 1941 veranderen in 'Joodsche Schouwburg'. Sindsdien mogen er alleen Joodse musici en artiesten optreden voor Joods publiek. Vanaf augustus 1942 moeten Joden uit Amsterdam en omstreken zich hier melden voor deportatie of worden ze er onder dwang naar toe gebracht. Vele duizenden mannen, vrouwen en kinderen wachten vervolgens in de Hollandsche Schouwburg op hun deportatie naar doorgangskamp Westerbork. Van daaruit worden zij op transport gezet naar de concentratie- en vernietigingskampen.

Inmiddels zijn overal ter wereld, behalve in Nederland, musea en herinneringscentra ingericht die specifiek de geschiedenis van de Sjoa tonen. In Nederland worden op diverse plekken wel onderdelen van de Jodenvervolging verteld en gepresenteerd, maar een historisch overzicht ontbreekt nog. Sinds 2015 nemen de plannen om ook in Nederland die integrale geschiedenis in een Nationaal Sjoa Museum vast te leggen vaste vorm aan. Dat museum gaat er komen en wel in de Hollandsche Schouwburg en het daar tegenoverliggende pand, de voormalige hervormde Kweekschool.

Ondertussen ontwikkelt men ook het zogenaamde WesterborkLuisterpad, een wandel- en bezinningsroute die loopt van de Hollandsche Schouwburg in Amsterdam naar het terrein van Kamp Westerbork in Drenthe. Via een digitale kaart kan men de route verkennen en de zestig verhalen van het WesterborkLuisterpad beluisteren en/of downloaden. De bijbehorende wandelroute is op te vragen Herinneringskamp Westerbork.

.
.
.
.
.
.
.
.
.
.

.
.
.
.
.
.
.
.
.
.

.
.
.
.
.
.

Open Joodse Huizen (Screenshot 2019).

De enkeling herdacht
Kort na de oorlog wil men de oorlog zo gauw mogelijk vergeten, al is er wel aandacht voor de bevrijders. Net als in Winsum worden ook elders in Nederland de Joodse oorlogsslachtoffers later opgenomen in de collectieve herinnering aan de oorlog. De namen van individuele slachtoffers worden genoemd, in boeken, op websites en monumenten. In 2001 wordt op initiatief van de Groningse emeritus hoogleraar Isaac Lipschits het Digitaal Monument in het leven geroepen en het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis ontwikkelt hiervoor een website. Naar Joods gebruik wordt hiermee de herinnering levend gehouden aan alle personen die zijn omgekomen. Want, zo redeneert men, iemand leeft voort zolang er herinneringen aan hem of haar worden bewaard. Daarnaast stelt het Digitaal Monument nabestaanden en overige belangstellenden ook in staat om meer te weten te komen over de slachtoffers van de Sjoa. Het Digitaal Monument gaat in april 2005 online.

Het digitale karakter geeft ook de mogelijkheid om aanvullingen en verbeteringen in te zenden, wat duidelijk in een behoefte voorziet. Nog dagelijks maken bezoekers van de website van deze mogelijkheid gebruik. Het Digitaal Monument heeft zich zo ontwikkeld tot een interactief en niet meer weg te denken deel van de herinneringscultuur van de Sjoa in Nederland. Dit markeert ook de overgang naar de recente tendens, waarbij de nadruk vooral komt te liggen op de vermoorde Joden als individu. Een individu met een naam, een gezicht, een familie, een huis waar hij/zij gewoond heeft, een school die hij/zij bezocht heeft, een café waar hij/zij gewerkt heeft of te gast was... Er ontstaat zo een netwerk van gegevens over mensen die gemist worden op verschillende plaatsen… Mensen willen hen herdenken en leggen Stolpersteine (of 'struikel'stenen) voor ze in straten door het hele land en op initiatieven vanuit verschillende hoek. 

Men leest hun namen hardop voor bij plaatselijke herdenkingen, in Westerbork en in Auschwitz… en rond 4 mei stelt men ‘Joodse huizen’ open voor kleinschalige samenkomsten, waarin we Joden herdenken die tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn weggevoerd. In die ‘Joodse huizen’ woonden vóór, tijdens en vlak na de oorlog Joodse mannen, vrouwen en kinderen. Op locatie worden verhalen van vooroorlogse levens en dagelijkse belevenissen verteld, naast verhalen over vervolging, onderduik, verzet, deportatie en terugkeer. Het gaat over voormalige en huidige bewoners, met foto’s, films, dagboekfragmenten, theater en muziek. Iedereen is welkom om te luisteren, mee te praten en te herdenken.
Lees meer...

We herdenken hen die zijn vermoord, maar vertellen ook over en praten met diegenen die wisten te overleven en met hun nazaten. De namen en adressen die op het Digitale Monument vermeld staan, vormen daarvoor het uitgangspunt. Het Open Joodse Huizen-project sluit hierop aan. Het is een snel groeiend project. In 2012 werd in Amsterdam meegedaan met twintig locaties. In 2015 deden dertien steden mee met in totaal 164 locaties. In 2016 doen in onze regio naast de stad Groningen ook de dorpen Appingedam en Winsum mee aan het ‘Open Joodse Huizen’-project. En ook het speurwerk naar nog ontbrekende informatie gaat door. Via de Nederlandse Kring voor Joodse Genealogie, met behulp van Joodse genealogische websites of via inventarisatie op het Stenen Archief die het Nederlands Israëlitisch Kerkgenootschap (NIK) verzamelt op de Joodse begraafplaatsen in ons land. En de rol van het internet is op dat gebied voorlopig nog niet uitgespeeld want het internet houdt zich niet aan landsgrenzen. Bovendien bereiken ook steeds meer archieven met relevante informatie over de periode 1940-1945 het internet omdat voor privacywetgeving veelal een verjaringstermijn van zeventig jaar geldt. Ook dat biedt dus nog nieuwe kansen om ons beeld van de samenleving vóór, tijdens en kort na de oorlog nauwkeuriger te omschrijven en verder te nuanceren. En dat kan ons vervolgens ook weer helpen om ons als mens beter in de positie van individuele slachtoffers te kunnen verplaatsen en ons gevoel te laten spreken.

terug naar introductie item 1993: klik hier
.
interview
met herdenker Barry Cohen
klik hier
.
overzicht
 Canon Winsums Jodendom:
 klik hier
.
verder naar het laatste item: klik hier

.

.X.   .X.   .X.   .X.   .X.   .X.   .X.   .X.   .X.   .X.   .X.   .X.   .X.